Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2024:4866Civiel Recht

ECLI:NL:RBOBR:2024:4866, Rechtbank Oost-Brabant, 17-10-2024, C/01/407588 / EX RK 24-127 — RBOBR:2024:4866

Samenvatting

Verzoeken om ontslag van bestuurders van een stichting op grond van artikel 2:298 BW. Bestuurders van een stichting zijn in twee kampen verdeeld. Een groep van drie bestuurders aan de ene kant (ABC) en een groep van twee bestuurders aan de andere kant (DE). ABC hebben bij bestuursbesluit DE geschorst als bestuurders van de stichting. ABC en DE verzoeken over en weer elkaars ontslag. De rechtbank wijst het verzoek van ABC toe. Bestuurders DE hebben hun taak als bestuurder verwaarloosd door een concurrerende entiteit op te zetten zonder overleg met de overige bestuurders ABC. Bovendien heeft een van de bestuurders DE op de dag van de schorsing middelen van de stichting weggesluisd naar een onbekende bestemming buiten het zicht van bestuurders ABC. Het verzoek van bestuurders DE tot ontslag van ABC wordt afgewezen. Er zijn geen serieuze aanwijzingen voor het gestelde (financieel) wanbeheer of grove verwaarlozing van hun taken aan de zijde van bestuurders ABC en evenmin voor zelfverrijking via een aan de stichting gelieerde onderneming. Het verzoek van DE op grond van artikel 843a Rv om afgifte van bescheiden uit de administratie van de stichting wordt, onder voorwaarden, wel toegewezen. Ook na hun ontslag behouden DE er belang bij dat zij kennis kunnen nemen van de gevraagde gegevens omdat die gaan over de wijze waarop het bestuur van de stichting met de (geld)middelen is omgegaan en derhalve de taakoefening van ABC en de eigen taakuitoefening van DE raakte of kan raken. De stichting is twee keer opgekomen als belanghebbende in de procedure. Een keer aan de zijde van ABC met advocaat X en een keer aan de zijde van DE met advocaat Y. ABC en de stichting betwisten de ontvankelijkheid van de stichting, vertegenwoordigd door advocaat Y. Aan de aanstelling van advocaat Y ligt geen rechtsgeldig bestuursbesluit ten grondslag. Dat volgt de rechtbank niet. Artikel 3:292 lid 3 BW zegt dat de bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder toekomt, onbeperkt en onvoorwaardelijk is. Vaststaat dat volgens de statuten twee of meer gezamenlijke bestuurders bevoegd zijn om de stichting naar buiten toe te vertegenwoordigen, zodat DE namens de stichting opdracht konden geven aan advocaat Y om de belangen van de stichting in rechte te behartigen. Het ontbreken van een bestuursbesluit is een interne kwestie binnen de stichting en in een geval als dit waarin de bestuurders tegenstrijdige belangen hebben – zij wensen namelijk elkaars ontslag – is het ook niet onaanvaardbaar dat de stichting niet alleen in opdracht van ABC in rechte optreedt maar ook in opdracht van de andere bestuurders. Zo komen de mogelijke belangen van de stichting maximaal aan bod.

Betrokken advocaten

mr. K.W. van der Graaf

belanghebbende

Buren, AMSTERDAM

mr. E.A. Buziau

verweerder

Florent, AMSTERDAM

mr. R.C. de Mol

verweerder

BarentsKrans Co�peratief U.A., AMSTERDAM

mr. B.P. Augustijn

verweerder

DVDW Advocaten, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

17 oktober 2024

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/01/407588 / EX RK 24-127

Procedure

Beschikking

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2024:4866

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter beëindigt huur woonbootligplaats in Eindhovens industriekanaal
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Civiel Recht
Gemeente Eindhoven mag woonbootbewoner uit Afwateringskanaal zetten
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Civiel Recht
Chirurg-in-opleiding verloor kans op carrière door wrongful birth MMC
Rechtbank Oost-Brabant·26 maart 2026
Civiel Recht
Rechter buigt zich over royement jonge handballers na douchemandaat
Rechtbank Oost-Brabant·26 maart 2026
Civiel Recht