ECLI:NL:RBOBR:2024:5247, Rechtbank Oost-Brabant, 24-06-2024, 82/227903-22 — RBOBR:2024:5247
Samenvatting
Rechtbank komt o.b.v. wettig en overtuigend bewijs tot bewezenverklaringen ter zake van artikel 197a en artikel 197b van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank komt ten aanzien van feit 1 tot ontslag van alle rechtsvervolging omdat er ten aanzien van het bewezenverklaarde delict een bijzondere strafbepaling bestaat die bij uitsluiting in aanmerking genomen dient te worden. Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf op voor de duur van 80 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van 2 jaren.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2026:879, Rechtbank Oost-Brabant, 10-02-2026, 01.282263.25
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:838, Rechtbank Oost-Brabant, 09-02-2026, 01/068405/25
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:131, Rechtbank Oost-Brabant, 20-01-2026, 01-134182-24
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:280, Rechtbank Oost-Brabant, 20-01-2026, 82.266439.22
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 juni 2024
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
82/227903-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2024:5247