ECLI:NL:RBOBR:2024:770, Rechtbank Oost-Brabant, 01-03-2024, 22/2712 — RBOBR:2024:770
Samenvatting
Eiseres is werkzaam geweest als ambulancemedewerkster bij de GGD. Zij heeft gezondheidsschade opgelopen en de GGD aansprakelijk gesteld voor de restschade. De GGD heeft dit afgewezen met een zelfstandig schadebesluit. In geschil is of sprake is van een causaal verband en of de GGD heeft voldaan aan haar zorgplicht. Causaal verband: De GGD wijst er terecht op dat het aanmerken als dienstongeval niet betekent dat er sprake is van erkenning van aansprakelijkheid. Dat er sprake is van een dienstongeval betekent ook niet dat daarmee ook het causale verband tussen het ongeval en de schade vast staat. De rechtbank is van oordeel dat gelet op wat de bedrijfsarts op heeft geschreven, het causale verband met het tweede incident (het tilincident, waarbij een zware patiënt in de ambulance werd geschoven) vaststaat. De causale relatie tussen het eerste incident en de schade is niet vast komen te staan. Zorgplicht: uit het onderzoek uit 2007 van Locomotion volgt dat een meer fundamentele herbezinning over de wijze waarop een patiënt in- en uit de ambulance wordt gereden en aandacht voor nieuwe technieken nodig zijn. Een oplossing in termen van optimale werktechnieken is gezien de vastgestelde overbelasting niet aan de orde. Gelet op de conclusies in het rapport van Locomotion uit 2007 had het op de weg van de GGD gelegen om vanaf 2007 onderzoek te doen naar de mogelijkheden van alternatieve systemen (zoals bijvoorbeeld een lift of hydraulische technieken) of andere hulpmiddelen. De GGD heeft geen gegevens overgelegd uit de periode 2007 tot en met 2010, waaruit volgt dat zij enige actie heeft ondernomen naar aanleiding van de conclusies uit het rapport van Locomotion. Volgt gegrondverklaring en schadestaatprocedure (toepassing 8:73, lid 2, oud). Partijen krijgen eerst de mogelijkheid om tot een vergelijk te komen over de schadevergoeding.
Betrokken advocaten
mr. L.A.M. Plantaz-Degen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:2129, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-03-2026, 26/1012 en 26/1013
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:1216, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-02-2026, 25/4144 en 25/5317
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2026:478, Raad van State, 28-01-2026, 202406392/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7935, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-11-2025, BRE 25/3809, 25/5757, 25/3810 en 25/3864
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 maart 2024
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
22/2712
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2024:770