ECLI:NL:RBOBR:2024:777, Rechtbank Oost-Brabant, 14-02-2024, 82-328160-23 — RBOBR:2024:777
Samenvatting
In de zaak van een verdachte die een varkensbedrijf voert is de gewijzigde vordering van de officier van justitie dat een voorlopige maatregel ex artikel 29 WED zal worden bevolen toegewezen. De economische raadkamer is van oordeel dat het belang van dierenwelzijn onmiddellijk ingrijpen ten aanzien van de onderneming van verdachte vergt. Vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zal de economische raadkamer een minder vergaande gedeeltelijke stillegging van het bedrijf bevelen dan door de officier van justitie is gevorderd. De economische raadkamer gaat er vanuit dat door het aantal varkens op de bedrijfslocaties van verdachte aanzienlijk te verminderen, het belang van dierenwelzijn kan worden beschermd. De economische raadkamer beveelt dat de verdachte met ingang van 14 februari 2024 voor de duur van zes maanden: Ten aanzien van locatie 1 - zich binnen 4 weken na heden zal onthouden van het houden van meer dan 500 zeugen (guste, dragende en kraamzeugen) op het adres 1 te Lieshout, hetgeen betekent dat hij het boventallige aantal zeugen – niet zijnde de dragende zeugen of de kraamzeugen – moet laten afvoeren of verkopen. Om dit te bereiken zal verdachte zich per direct moeten onthouden van het (opnieuw) (laten) verrichten van handelingen die kunnen leiden tot inseminatie van varkens en/of het werpen van biggen totdat het boventallige aantal zeugen (niet dragend of kramend) zal zijn afgevoerd of verkocht; - zich zal onthouden van het houden van varkens op het adres 1, anders dan zeugen, biggen en/of gespeende varkens; Ten aanzien van locatie 2 - zich binnen 4 weken na heden en vervolgens continu zal onthouden van het houden van meer dan 2000 vleesvarkens op het adres 2, hetgeen betekent dat hij het boventallige aantal vleesvarkens moet laten afvoeren of verkopen; - zich zal onthouden van het houden van varkens op het adres 2, anders dan vleesvarkens; Ten aanzien van beide locaties - zich zal onthouden van het (opnieuw)(laten) aanvoeren van varkens vanuit externe bedrijven naar het adres 1 en/of 2.
Betrokken advocaten
mr. J. Bekke
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:6067, Rechtbank Midden-Nederland, 11-11-2025, 16/322482.24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:2808, Rechtbank Amsterdam, 17-04-2025, 1302698525
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:1337, Rechtbank Amsterdam, 27-02-2025, 13/390229-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:5180, Rechtbank Amsterdam, 13-08-2024, 13/112632-21 (TBS verlenging)
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 februari 2024
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
82-328160-23
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2024:777