ECLI:NL:RBOBR:2025:1215, Rechtbank Oost-Brabant, 12-02-2025, C/01/399355 / EX RK 23-187 — RBOBR:2025:1215
Samenvatting
Tussen partijen zijn tientallen procedures bij diverse rechtelijke instanties aanhangig geweest, waarbij in meerdere uitspraken is geoordeeld dat verweerder sub 1 dwangsommen heeft verbeurd als gevolg van overtredingen van diverse veroordelingen. Als gevolg hiervan heeft verzoekende partij een vordering van € 6.140.000,- aan verbeurde dwangsommen opgeëist. Voor haar vordering heeft de verzoekende partij executoriaal beslag laten leggen op de door verweerder sub 2 [verweerder 2] uitgegeven aandeelcertificaten, waarvan verweerder sub 1 (enig) certificaathouder is. In deze procedure verzoekt de verzoekende partij (onder meer) een termijn en de wijze van verkoop te bepalen voor wat betreft de verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandeelcertificaten. De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt dat de in beslag genomen certificaten kunnen worden verkocht en overdragen, waarbij de deurwaarder de wijze van verkoop mag bepalen met als uitgangspunt een zo hoog mogelijke opbrengst te realiseren. De kosten van de verkoop van de aandeelcertificaten mogen op de opbrengst daarvan worden verhaald. Verder verklaart de rechtbank de in de statuten van de [verweerder 2] opgenomen aanbiedings-/blokkeringsregeling buiten toepassing en bepaalt zij dat verweerders medewerking dient te verlenen aan de verkoop en overdracht van de aandeelcertificaten. Aan die veroordeling verbindt de rechtbank een dwangsom en voor zover de maximale dwangsom is bereikt, verleent de rechtbank de verzoekende partij verlof deze veroordeling voor wat betreft verweerder sub 1 ten uitvoer te leggen door middel van dadelijke lijfsdwang omdat deze zich stelselmatig niet houdt aan de hem opgelegde veroordelingen in rechtelijke uitspraken. Ook dienen verweerders de proceskosten te betalen
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:18170, Rechtbank Den Haag, 07-11-2024, 673631 / KGZA 24-916
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2024:4333, Rechtbank Amsterdam, 17-07-2024, C/13/752384 / KG ZA 24-512
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:6108, Rechtbank Rotterdam, 03-07-2024, C/10/671925 / HA ZA 24-50
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2024:3156, Rechtbank Amsterdam, 29-05-2024, C/13/728512 / HA ZA 23-64
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 februari 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/399355 / EX RK 23-187
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:1215