Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2025:3257Civiel Recht

ECLI:NL:RBOBR:2025:3257, Rechtbank Oost-Brabant, 05-06-2025, 9391833 — RBOBR:2025:3257

Samenvatting

Huur bedrijfsruimtes in een oude fabriekshal in het kader van een concept om een creatieve en culturele hotspot met een circulaire economie te realiseren. In geschil is of huurders de volledige huurprijs verschuldigd zijn of dat zij een deel daarvan (de huuropslag) niet hoeven te betalen. Volgens huurders bestaat er op grond van de huurovereenkomsten een verplichting voor de verhuurder om aan hen rekening en verantwoording af te leggen over de besteding van de huuropslag. Doordat verhuurder de huurovereenkomsten heeft overgenomen van de vorige verhuurder (de kartrekker van het concept om in de fabriekshal een circulaire economie te realiseren) is volgens huurders deze verplichting overgegaan op de verhuurder. Aangezien zowel de vorige verhuurder als verhuurder geen rekening en verantwoording over de huuropslag heeft afgelegd, althans uit de overgelegde gegevens niet blijkt dat deze is besteed waarvoor deze is bedoeld, menen huurders niet gehouden te zijn de huuropslag te betalen. De verhuurder is van mening dat huurders de huurovereenkomsten niet goed uitleggen en dat er voor haar geen verplichting bestaat om aan huurders rekening en verantwoording af te leggen over de besteding van de huuropslag. Uitleg van de huurovereenkomsten aan de hand van de Haviltex-maatstaf. De kantonrechter is van oordeel dat er voor verhuurder geen verplichting bestaat jegens huurders om rekening en verantwoording af te leggen over besteding van de huuropslag. Die verplichting bestond en bestaat nog steeds voor de vorige verhuurder jegens verhuurder, in het kader van haar rol als kartrekker van het concept, maar is niet door verhuurder overgenomen door de contractsovername. Daarnaast zijn de daadwerkelijk gemaakte servicekosten in geschil, met name de gehanteerde methodiek voor de afrekening van de servicekosten en de vraag welke posten als servicekosten kunnen worden aangemerkt. De kantonrechter oordeelt dat huurders door aanvaarding van de huurovereenkomsten akkoord zijn gegaan met een afrekening van de nutsvoorzieningen op basis van het aantal gehuurde m² zodat zij deze methodiek niet halverwege de looptijd van de huurovereenkomsten ter discussie kunnen stellen. Huurders miskennen hiermee het concept van de fabriekshal met een community van huurders die onderdeel uitmaken van een circulaire economie. Ten aanzien van de servicekosten geldt dat verhuurder onweersproken heeft gesteld dat de door haar in rekening gebrachte servicekosten in de periodieke huurdersoverleggen zijn vastgesteld. Hoewel niet kan worden vastgesteld dat deze overleggen een officiële status hebben waarin formele besluiten kunnen worden genomen, is de kantonrechter van oordeel dat huurders, gelet op het bijzondere karakter van het concept van de fabriekshal en de daaraan ten grondslag liggende community-gedachte, gebonden zijn aan hetgeen in deze overleggen is besloten. Huurders zullen de betalingsachterstand met betrekking tot de huur, de nutsvoorzieningen en servicekosten aan verhuurder moeten voldoen. Huurders krijgen de gelegenheid om nader te onderbouwen waarom deze overzichten niet kloppen.

Betrokken advocaten

mr. P.A. Schippers

eiser

Schippers Advocatuur, 'S-HERTOGENBOSCH

mr. M.P.C. Hendriks

eiser

AKD, EINDHOVEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

5 juni 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

9391833

Procedure

Bodemzaak

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2025:3257

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken