Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2025:4074Civiel Recht

ECLI:NL:RBOBR:2025:4074, Rechtbank Oost-Brabant, 27-05-2025, C/01/414266 / KG ZA 25-158 — RBOBR:2025:4074

Samenvatting

Executie van dwangsommen die eiser in deze kort gedingprocedure volgens gedaagde zou hebben verbeurd omdat hij in strijd zou hebben gehandeld met veroordelingen. De stel- en bewijslast dat eiser niet voldaan aan de verplichtingen uit het eerder gewezen vonnis, en dat er uit dien hoofde dwangsommen zijn verbeurd, ligt bij de executant (gedaagde in deze kort gedingprocedure). Wij oordelen dat voorshands niet voldoende aannemelijk is dat eiser in strijd heeft gehandeld met de veroordelingen in het eerdere vonnis. De vorderingen van eiser om aan gedaagde een verbod op te leggen tot invordering van de aangezegde dwangsommen over te gaan wordt toegewezen.

Betrokken advocaten

mr. T.B.M. Kersten

eiser

Van As Advocaten, 'S-HERTOGENBOSCH

mr. D.M. Lamers

eiser

Lamers Tielemans Advocaten, EINDHOVEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 mei 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/01/414266 / KG ZA 25-158

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2025:4074

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Gemeente Eindhoven mag woonbootbewoner uit Afwateringskanaal zetten
Rechtbank Oost-Brabant·2 apr 2026
Civiel Recht
Rechter buigt zich over royement jonge handballers na douchemandaat
Rechtbank Oost-Brabant·26 mrt 2026
Civiel Recht
RBOBR:2026:2000
Rechtbank Oost-Brabant·26 mrt 2026
Civiel Recht