ECLI:NL:RBOBR:2025:4074, Rechtbank Oost-Brabant, 27-05-2025, C/01/414266 / KG ZA 25-158 — RBOBR:2025:4074
Samenvatting
Executie van dwangsommen die eiser in deze kort gedingprocedure volgens gedaagde zou hebben verbeurd omdat hij in strijd zou hebben gehandeld met veroordelingen. De stel- en bewijslast dat eiser niet voldaan aan de verplichtingen uit het eerder gewezen vonnis, en dat er uit dien hoofde dwangsommen zijn verbeurd, ligt bij de executant (gedaagde in deze kort gedingprocedure). Wij oordelen dat voorshands niet voldoende aannemelijk is dat eiser in strijd heeft gehandeld met de veroordelingen in het eerdere vonnis. De vorderingen van eiser om aan gedaagde een verbod op te leggen tot invordering van de aangezegde dwangsommen over te gaan wordt toegewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2024:2198, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-07-2024, 200.285.090/01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:2059, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25-06-2024, 200.317.140_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2023:7216, Rechtbank Limburg, 08-12-2023, C/03/324043 / KG ZA 23-411
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:GHSHE:2022:2709, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 02-08-2022, 200.279.891_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 mei 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/414266 / KG ZA 25-158
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:4074