ECLI:NL:RBOBR:2025:4661, Rechtbank Oost-Brabant, 31-07-2025, 24/2190, 24/2191, 24/2192, 24/2193, 24/2194, 24/2195, 24/2697 en 24/2699 — RBOBR:2025:4661
Samenvatting
Toeristenbelasting. De heffingsambtenaar vindt dat eiseres verplicht is om in de jaren 2014 tot en met 2021 toeristenbelasting te betalen voor verblijf met overnachtingen door arbeidsmigranten op een vakantiepark in de gemeente Asten. De rechtbank heeft eerder uitspraak in deze zaken gedaan en de heffingsambtenaar toen opgedragen om opnieuw onderzoek te doen (vgl. ECLI:NL:RBOBR:2023:505). In de schriftelijke fase in aanloop naar de zitting heeft eiseres alleen in algemene bewoording haar belastingplicht bestreden. De heffingsambtenaar heeft met de door hem overgelegde onderzoeksresultaten aannemelijk gemaakt dat hij terecht eiseres heeft aangeslagen in de toeristenbelasting. Eiseres heeft op de zitting haar belastingplicht verder bestreden, maar dat vindt de rechtbank te laat. Eiseres had dat eerder in de procedure moeten doen. Wat eiseres op de zitting aanvoert laat de rechtbank daarom buiten beschouwing. Eiseres heeft verder geen gelijk dat de opgelegde aanslagen voor haar niet controleerbaar zijn, omdat de onderbouwende gegevens uit haar eigen administratie komen. Verder zijn de moedermaatschappij en directeur van eiseres strafrechtelijk veroordeeld voor structurele malversaties met de administratie die ook zag op het vakantiepark in de gemeente Asten. Dit betekent dat het werkelijk aantal overnachtingen waarschijnlijk hoger is geweest en de opgelegde aanslagen eerder te laag dan te hoog zijn. Tot slot is er juridisch geen grond om een (overigens eerder al door de rechtbank onverbindend verklaard) forfait toe te passen op eiseres, omdat dit enkel voor overnachtingen door recreanten en niet door arbeidsmigranten geldt. Beroep ongegrond.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:2095, Gerechtshof Den Haag, 14-10-2025, 200.343.496/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:111, Rechtbank Midden-Nederland, 22-01-2025, C/16/574056 / HL ZA 24-111
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2020:1447, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-04-2020, 200.248.205_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2019:130, Gerechtshof Den Haag, 05-02-2019, 200.242.562/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
31 juli 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
24/2190, 24/2191, 24/2192, 24/2193, 24/2194, 24/2195, 24/2697 en 24/2699
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:4661