Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2025:5569Civiel Recht

ECLI:NL:RBOBR:2025:5569, Rechtbank Oost-Brabant, 04-09-2025, C/01/414141 / KG ZA 25-151 — RBOBR:2025:5569

Samenvatting

Kort geding. De vorderingen van de Staat strekken ertoe om onrechtmatig handelen van gedaagde in de toekomst te voorkomen. Dat onrechtmatig handelen bestaat volgens de Staat uit het aanhangig maken van enorme hoeveelheden veelal bij voorbaat kansloze gerechtelijke procedures en de onheuse wijze waarop rechters en andere medewerkers van de rechtspraak door gedaagde worden bejegend. De voorzieningenrechter oordeelt dat enkel het aantal procedures en de hoeveelheid werk die dat voor de gerechten oplevert op zichzelf niet voldoende is om de toegang tot de rechter in te perken zoals de Staat vordert. Uitgangspunt is immers dat in elk individueel geval moet worden beoordeeld of sprake is van misbruik van recht. Er is daarnaast echter ook structureel sprake van nodeloos kwetsende, beledigende, bedreigende en intimiderende bejegeningen door gedaagde van rechters en andere medewerkers binnen de rechtspraak. Die uitingen worden niet beschermd door het recht op vrije meningsuiting en zijn evident onrechtmatig jegens de betrokken personen en de Staat. Het bij wege van ordemaatregel opleggen van een (tijdelijke) verplichting voor gedaagde om zich bij het starten van nieuwe civielrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures in alle gevallen te laten bijstaan door een advocaat is onder de gegeven omstandigheden een proportionele inperking van het recht van gedaagde op vrije toegang tot de rechter. Aangenomen mag worden dat via de advocaat een matigende invloed uitgaat op het aantal aanhangig te maken zaken alsook op de wijze waarop rechtspraakmedewerkers en rechters in die zaken worden bejegend. Het opleggen van een maximum aantal klachten dat gedaagde mag indienen bij de verschillende gerechten is willekeurig en disproportioneel. De gerechten moeten in staat worden geacht om zelf adequate maatregelen te treffen bij vermeend misbruik van de klachtenregeling. Ze hebben in het verleden laten zien daartoe ook in staat te zijn door klachten op die grond buiten behandeling te laten. Bovendien kunnen zij de klachtregeling aanpassen om adequater te kunnen reageren op misbruik van het klachtrecht. Het opleggen van een verbod aan gedaagde om rechters en andere medewerkers van de rechtspraak te benaderen is gelet op de manifest onrechtmatige uitlatingen van gedaagde wel gerechtvaardigd. Er bestaat ook voldoende aanleiding om gedaagde te verbieden geluids- en beeldopnames te maken in de gerechtsgebouwen tenzij hij daarvoor op grond van de Persrichtlijn toestemming heeft gekregen. Gedaagde heeft duidelijk gemaakt dat hij zich niet vrijwillig aan de Persrichtlijn zal houden. Gedaagde heeft zijn stelling dat de Persrichtlijn in strijd is met Europees recht omdat daarin een discriminatoir onderscheid wordt gemaakt tussen professionele en niet professionele journalisten onvoldoende onderbouwd. Gelet op de dreiging van gedaagde om persoonlijke gegevens van rechters, andere medewerkers van de rechtspraak en advocaten van de Staat en gemaakte opnames in gerechtsgebouwen openbaar te maken bestaat voldoende aanleiding voor het opleggen van een verbod tot het verzamelen, publiceren en verspreiden daarvan. Het openbaar maken van die gegevens is evident onrechtmatig en dient geen rechtens te respecteren belang. Aan gedaagde wordt een gebod opgelegd om privégegevens van rechters en andere medewerkers van de rechtspraak en hun gezinsleden te verwijderen en verwijderd te houden van door hem beheerde websites en sociale media. Het vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij lijfsdwang. Voldoende aannemelijk is dat andere dwangmiddelen zoals het opleggen van een dwangsom voor gedaagde onvoldoende prikkel tot nakoming zal vormen.

Betrokken advocaten

mr. S. Heeroma

gedaagde

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 september 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/01/414141 / KG ZA 25-151

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2025:5569

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter beëindigt huur woonbootligplaats in Eindhovens industriekanaal
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Civiel Recht
Gemeente Eindhoven mag woonbootbewoner uit Afwateringskanaal zetten
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Civiel Recht
Rechter buigt zich over royement jonge handballers na douchemandaat
Rechtbank Oost-Brabant·26 maart 2026
Civiel Recht
Optisport verliest aanbesteding zwembad Eersel van Sportfondsen
Rechtbank Oost-Brabant·26 maart 2026
Civiel Recht