ECLI:NL:RBOBR:2026:1309, Rechtbank Oost-Brabant, 19-02-2026, 11927262 TE VERZ 25-1227 — RBOBR:2026:1309
Samenvatting
Afwijzing opheffing mentorschap. Betrokkene wil opheffing mentorschap omdat de rechterlijke zorgmachtiging en de hulp van de zorginstelling volstaan. Betrokkene wil zelfstandig gaan wonen, werken en leven. Mentor stelt dat dit op dit moment niet aan de orde is. De rechterlijke zorgmachtiging van betrokkene is recent met 2 jaar verlengd. Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en psychische stoornissen. Een ander of minder gestructureerd dagprogramma, zou voor betrokkene onmiddellijk leiden tot zelfbepalend gedrag en tot een ernstig nadeel voor betrokkene. De kantonrechter is van oordeel dat indien betrokkene de hulp vrijwillig zou hebben aanvaard, de rechterlijke machtiging niet zou zijn verlengd. . Een zorgmachtiging wordt immers alleen verstrekt indien benodigde zorg niet in een vrijwillig kader kan worden geboden. De mentor komt voor betrokkene op en overlegt met zijn behandelaren, ook om te kijken naar een betere woonplek voor betrokkene.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2026:710, Rechtbank Oost-Brabant, 29-01-2026, NL:TZ:0000350304:B001
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:590, Rechtbank Oost-Brabant, 29-01-2026, C/01/420940 / FT RK 25/665
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:707, Rechtbank Oost-Brabant, 28-01-2026, 11962645 TD VERZ 25-1614
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:709, Rechtbank Oost-Brabant, 27-01-2026, NL:TZ:0000353441:B001
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 februari 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
11927262 TE VERZ 25-1227
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:1309