ECLI:NL:RBOBR:2026:1635, Rechtbank Oost-Brabant, 12-03-2026, 11890817 \ CV EXPL 25-5324 — RBOBR:2026:1635
Samenvatting
Eiser heeft in opdracht van gedaagde werkzaamheden uitgevoerd bij klanten van gedaagde. Eiser vordert in deze procedure betaling van twee openstaande facturen van in totaal € 5.506,56, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke handelsrente en de kosten van deze procedure. Gedaagde weigert de openstaande facturen te betalen, omdat hij meent dat eiser de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. Gedaagde heeft daarom zelf een derde ingeschakeld om de door eiser niet goed uitgevoerde werkzaamheden te herstellen. Omdat gedaagde de factuur van de derde al heeft betaald, vindt hij dat hij daarnaast niet ook de facturen van eiser nog moet betalen. Gedaagde heeft tijdens de zitting toegelicht op welke drie punten eiser volgens hem de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. De drie verwijten die gedaagde eiser maakt, zijn niet komen vast te staan. Daarmee is niet komen vast te staan dat eiser zijn werkzaamheden bij de klanten van gedaagde niet goed heeft uitgevoerd. Gedaagde moet voor de werkzaamheden die eiser voor zijn klanten heeft verricht betalen. Dat betekent dat gedaagde de openstaande facturen moet betalen. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiser toe. De wettelijke handelsrente wordt deels toegewezen, omdat de vordering tot betaling van de al berekende wettelijke handelsrente (tot 1 augustus 2025) niet oud genoeg is om daarover opnieuw wettelijke handelsrente te mogen berekenen. Dat kan alleen als zo’n vordering minimaal een jaar oud is. Ook de wettelijke handelsrente over de buitengerechtelijke incassokosten kunnen niet worden toegewezen, want dat is geen vordering uit een handelsovereenkomst.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:1515, Gerechtshof Amsterdam, 04-06-2024, 200.322.046/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1157, Gerechtshof Amsterdam, 30-04-2024, 200.334.270/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2023:9061, Rechtbank Rotterdam, 27-09-2023, C/10/657786 / HA ZA 23-440
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:5200, Rechtbank Amsterdam, 11-07-2023, C/13/731631 / KG ZA 23-262
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 maart 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11890817 \ CV EXPL 25-5324
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:1635