ECLI:NL:RBOBR:2026:1945, Rechtbank Oost-Brabant, 25-03-2026, 01/248109/25 — RBOBR:2026:1945
Samenvatting
De opzettelijke brandstichting kan wettig en overtuigend worden bewezen. Door de brandstichting was gemeen gevaar voor goederen te duchten. De rechtbank kan op basis van het dossier het ten laste gelegde ‘levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen” niet vaststellen. De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij van het ‘te duchten levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen’. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Man schuldig aan poging zware mishandeling politieagenten
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:5474, Rechtbank Oost-Brabant, 20-11-2024, 01.000277.24
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:5116, Rechtbank Oost-Brabant, 30-10-2024, 71.222994.24
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:1217, Rechtbank Oost-Brabant, 27-03-2024, 01-060986-23
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
01/248109/25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:1945