Rechter geeft Pro Profectum verlof voor deurwaardersonderzoek op terrein — RBOBR:2026:1946
conservatoir bewijsbeslag / deurwaardersproces-verbaal van feitelijke waarneming (art. 207 Rv)
Eiser / verzoeker
Pro Profectum B.V.
Verweerder / gedaagde
Anonieme verweerder
Verlof verleend voor het driemaal opmaken van een deurwaardersproces-verbaal binnen 60 dagen; verzoek om sterke arm afgewezen en inhoud van de processen-verbaal komt in gerechtelijke bewaring.
- Verlof verleend voor het opmaken van een deurwaardersproces-verbaal ex artikel 207 Rv over feitelijk gebruik van buitenterreinen en schuur
- Driemaal opmaken van een proces-verbaal binnen 60 dagen toegestaan om verschillende meetmomenten voor boete- en schadevergoedingsberekening vast te leggen
- Volledige processen-verbaal (inclusief foto's en video's) komen in gerechtelijke bewaring; Pro Profectum ontvangt alleen een summier verslag zonder feitelijke details
- Verzoek om sterke arm van politie en justitie afgewezen, omdat de deurwaarder deze bevoegdheid al van rechtswege heeft bij geweigerde toegang
- Niemand van Pro Profectum mag aanwezig zijn bij de beschrijving, tenzij de deurwaarder aanwijzing noodzakelijk acht
Samenvatting
Pro Profectum B.V., een bedrijf gevestigd in Alblasserdam, vroeg de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant om toestemming voor een bijzondere bewijsvergaringsmaatregel: het laten opmaken van een zogeheten proces-verbaal van feitelijke waarneming door een gerechtsdeurwaarder. Het gaat daarbij om het vastleggen van wat de deurwaarder met eigen ogen ziet op een locatie, zonder dat de wederpartij daarbij aanwezig is of vooraf gewaarschuwd wordt.
Het geschil draait om het gebruik van buitenterreinen en een schuur op twee adressen in een niet nader genoemde plaats. Pro Profectum wil weten hoe een verweerder – wiens naam in de uitspraak is geanonimiseerd – die terreinen en de schuur feitelijk gebruikt. Die informatie is van belang om eventuele boetes en schadevergoedingen te kunnen berekenen. Om die reden vroeg het bedrijf niet alleen om eenmalige vastlegging, maar om toestemming voor maximaal drie aparte meetmomenten binnen een periode van zestig dagen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit: het middel is passend en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. Het verlof werd dan ook verleend, inclusief de mogelijkheid om binnen die zestig dagen driemaal een proces-verbaal op te maken.
Om de belangen van de verweerder te beschermen, stelde de rechter wel strikte voorwaarden. De volledige inhoud van de door de deurwaarder opgestelde processen-verbaal – inclusief foto's en video-opnamen – mag niet direct aan Pro Profectum worden verstrekt. De stukken worden in gerechtelijke bewaring gegeven bij een deurwaarder in Dordrecht. Pro Profectum ontvangt slechts een summier verslag met een algemene beschrijving van de door de deurwaarder verrichte handelingen, zonder details over de waargenomen feiten. Alleen met toestemming van de verweerder of na een nadere rechterlijke beslissing mag de volledige inhoud vrijgegeven worden.
Daarnaast bepaalde de rechter dat niemand namens Pro Profectum aanwezig mag zijn bij het onderzoek, tenzij de deurwaarder iemand nodig heeft om de te beschrijven zaken aan te wijzen. Het verzoek om de maatregel te mogen uitvoeren met hulp van de sterke arm van politie en justitie werd afgewezen: dat is niet nodig, omdat de deurwaarder op grond van de wet al de bevoegdheid heeft om politieassistentie in te roepen als deuren gesloten zijn of de toegang wordt geweigerd.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Pro Profectum krijgt zo de ruimte om bewijs te vergaren voor een mogelijke bodemprocedure, maar de rechtbank zorgt er tegelijkertijd voor dat de verweerder niet meer wordt blootgesteld aan de resultaten van dat onderzoek dan strikt noodzakelijk is.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:1263, Gerechtshof Den Haag, 08-07-2025, 200.327.036/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:6626, Rechtbank Rotterdam, 28-05-2025, C/10/686486 / HA ZA 24-834
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:1832, Rechtbank Rotterdam, 12-02-2025, C/10/686486 / HA ZA 24-834
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:1858, Rechtbank Rotterdam, 20-02-2024, 10593845 VZ VERZ 23-130
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/423912 / BP RK 26-118
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:1946