Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2026:1995Strafrecht

Vader veroordeeld voor doden van eigen baby van zes weken oud — RBOBR:2026:1995

doodslag / kindermishandeling / abusive head trauma

Eiser / verzoeker

Officier van justitie (Openbaar Ministerie)

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte (vader van het slachtoffer)

Verdachte veroordeeld voor doodslag op zijn zoontje tot zeven jaar gevangenisstraf; vrijgesproken van het toebrengen van ribbreuken.

  • Rechtbank acht bewezen dat verdachte op 28 juni 2021 opzettelijk hevig geweld uitoefende op zijn zes weken oude zoon (abusive head trauma), wat tot diens dood leidde.
  • Twee onafhankelijke forensisch pathologen kwamen zonder elkaars conclusies te kennen tot dezelfde bevindingen over de oorzaak van het letsel.
  • Alternatieve oorzaak (geboorte-gerelateerde hersenbloeding) door de rechtbank verworpen op basis van deskundigenrapportages.
  • Vrijspraak voor het toebrengen van ribbreuken in de periode vóór 28 juni 2021 wegens onvoldoende bewijs.
  • Veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf voor doodslag, één jaar lager dan de geëiste acht jaar.

Samenvatting

Een man uit de regio 's-Hertogenbosch staat terecht voor de dood van zijn pasgeboren zoontje, dat op 28 juni 2021 nauwelijks zes weken oud was. Die avond was de vader voor het eerst alleen thuis met de baby. Binnen minder dan een uur belde hij in paniek naar zijn partner en vervolgens naar 112, omdat de baby raar ademhaalde en geen spierkracht meer had. Het kind werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht, maar overleed enkele dagen later.

Uit medisch onderzoek bleek dat de baby ernstige bloedingen had onder het harde hersenvlies, uitgebreide hersenschade door zuurstoftekort en niet met het leven verenigbaar hersenletsel. De forensisch patholoog van het Nederlands Forensisch Instituut, drs. Rijken, concludeerde dat het letsel was veroorzaakt door hevig, van buitenaf toegebracht geweld — zogeheten abusive head trauma. Op verzoek van de verdediging verrichtte een tweede onafhankelijk forensisch patholoog, dr. Soerdjbalie-Maikoe, een tegenonderzoek op basis van dezelfde stukken maar zonder kennis van de conclusies van haar collega. Beide deskundigen kwamen onafhankelijk van elkaar tot dezelfde conclusie.

De vader ontkende stellig en consequent elke betrokkenheid. Zijn advocaten voerden aan dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat het letsel door geweld was veroorzaakt. Zij wezen op een mogelijke alternatieve oorzaak: een hersenbloeding die al rondom de geboorte zou zijn ontstaan. De rechtbank verwierp dit verweer. De deskundigen hadden deze mogelijkheid in hun onderzoek meegewogen en gemotiveerd uitgesloten. De rechtbank stelde vast dat de baby die dag tot het moment dat de vader thuiskwam volledig gezond en vrolijk was, en dat de toestand razendsnel verslechterde in het korte tijdbestek dat de vader alleen met het kind was.

De rechtbank redeneerde dat het niet anders kan zijn dan dat de vader op 28 juni 2021 hevig geweld heeft uitgeoefend op zijn zoontje. Daarvoor is ook (voorwaardelijk) opzet aanwezig geacht: wie zo hevig geweld uitoefent op een pasgeboren baby, aanvaardt de aanmerkelijke kans op de dood van dat kind. De vader werd daarmee schuldig bevonden aan doodslag.

Wel werd de vader vrijgesproken van een tweede beschuldiging: het opzettelijk toebrengen van ribbreuken in de weken vóór 28 juni 2021. De rechtbank kon op basis van het beschikbare bewijs niet vaststellen dat die ribbreuken door de vader waren veroorzaakt op een moment vóór de dag van het overlijden.

De officier van justitie had acht jaar gevangenisstraf geëist. De verdediging had bepleit dat een onvoorwaardelijke straf langer dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis niet passend zou zijn. De rechtbank veroordeelde de vader uiteindelijk tot zeven jaar gevangenisstraf voor de doodslag op zijn eigen zoon.

Betrokken advocaten

mr. J.E. Kötter

verdachte

Kötter, L'Homme & Plasman Advocaten, AMSTERDAM

mr. J.L. L'Homme

verdachte

Kötter, L'Homme & Plasman Advocaten, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

01/181176/21

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2026:1995

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken