Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2026:2008Strafrecht

Eindhovense man rijdt dronken door rood en verwondt slachtoffer — RBOBR:2026:2008

verkeersongeval / rijden onder invloed / schuld aan zwaar lichamelijk letsel (art. 6 en 8 WVW 1994)

Eiser / verzoeker

Officier van justitie (Openbaar Ministerie)

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte (geboren 2001, wonende te Eindhoven)

Verdachte vrijgesproken van roekeloosheid, maar veroordeeld wegens het door schuld (zeer onvoorzichtig en onoplettend) veroorzaken van een verkeersongeval met letsel en rijden onder invloed (BAG 1,55 mg/ml).

  • Vrijspraak van roekeloosheid (feit 1 primair); bewezen verklaard is 'zeer onvoorzichtig en onoplettend' rijgedrag (art. 6 WVW 1994)
  • Bloedonderzoek toonde BAG van 1,55 mg/ml aan — driemaal de toegestane hoeveelheid — waarmee ook feit 2 (art. 8 WVW) bewezen is
  • Geheugenverlies door eigen alcoholgebruik ontslaat verdachte niet van aansprakelijkheid: elke afzonderlijke gedraging (busbaan, rood licht, geen waarneming) wordt hem toegerekend
  • Letsel slachtoffer (hersenschudding, gekneusde ribben, 4-5 weken arbeidsongeschikt) kwalificeert als tijdelijke ziekte of verhindering normale bezigheden
  • Rechtbank stelt vast dat het een feit van algemene bekendheid is dat particuliere automobilisten geen ontheffing krijgen om over de busbaan te rijden

Samenvatting

Op 1 augustus 2024 veroorzaakte een jonge Eindhovense automobilist een ernstig verkeersongeval op de kruising van de Veldmaarschalk Montgomerylaan met de Europalaan in Eindhoven. Zwaar onder invloed van alcohol reed hij over de busbaan — een rijstrook waarvoor hij geen ontheffing had — negeerde een rood verkeerslicht en botste op de kruising tegen een andere personenauto. De bestuurder van die auto, het slachtoffer, liep daarbij een hersenschudding en gekneusde ribben op en kon vier tot vijf weken niet werken.

De verdachte, geboren in 2001, had vlak voor de aanrijding bier en alcoholische mixdranken gedronken. Hij verklaarde ter zitting zelf te hebben geweten dat hij te veel had gedronken om nog veilig auto te rijden. Een bloedonderzoek wees uit dat zijn bloedalcoholgehalte exact 1,55 milligram ethanol per milliliter bloed bedroeg — driemaal de wettelijk toegestane hoeveelheid. Bij een voorlopige ademtest had hij al positief gescoord.

Voor de rechtbank ontkende de verdachte niet dat hij betrokken was bij het ongeluk, maar verklaarde hij zich niets te herinneren van het rijden over de busbaan, het negeren van het rode licht of het waarnemen van de andere auto. De verdediging pleitte op basis hiervan voor vrijspraak van het zwaarste verwijt: roekeloosheid of grove schuld aan het verkeersongeval. Over de lichtere varianten — gevaarlijk rijgedrag en rijden onder invloed — refereerde de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank wees het vrijspraakverweer af. Zij oordeelde dat het feit dat de verdachte zich niets meer kon herinneren, juist het gevolg was van de toestand van verminderd bewustzijn die hij zichzelf vrijwillig had aangedaan. Die omstandigheid ontslaat hem niet van verantwoordelijkheid: elk van de afzonderlijke gedragingen — rijden op de busbaan, door rood rijden, het niet opmerken van andere weggebruikers — wordt hem aangerekend, ook al was hij zich er op het moment zelf niet van bewust.

De rechtbank kwalificeerde de mate van schuld als 'zeer onvoorzichtig en onoplettend'. Het waarnemingsvermogen van de verdachte was zo ernstig aangetast dat hij niet meer in staat was op de juiste rijstrook te blijven, verkeerslichten te zien of andere bestuurders op te merken. Van dergelijk rijgedrag gaat volgens de rechtbank levensgevaar uit voor andere verkeersdeelnemers. De aanrijding en het daardoor veroorzaakte letsel zijn in redelijkheid volledig aan hem toe te rekenen.

Het slachtoffer hervatte zijn werkzaamheden pas op 19 november 2024 volledig, ruim drie maanden na het ongeluk. De rechtbank kwalificeerde de opgelopen letsels als 'tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden', de wettelijke ondergrens voor zwaarder letsel in de Wegenverkeerswet.

De uitspraak vermeldt de opgelegde straf niet volledig in het beschikbare gedeelte van het vonnis, maar de rechtbank achtte zowel het veroorzaken van een verkeersongeval door schuld (artikel 6 WVW 1994) als het rijden onder invloed (artikel 8 WVW 1994) wettig en overtuigend bewezen.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

01/153352/52

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2026:2008

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBOBR:2026:2205
Rechtbank Oost-Brabant·7 april 2026
Strafrecht
RBOBR:2026:2080
Rechtbank Oost-Brabant·7 april 2026
Strafrecht
RBOBR:2026:2192
Rechtbank Oost-Brabant·3 april 2026
Strafrecht