Rechter beëindigt huur woonbootligplaats in Eindhovens industriekanaal — RBOBR:2026:2011
huurbeëindiging ligplaats woonboot / ontruiming
Eiser / verzoeker
Gemeente Eindhoven
Verweerder / gedaagde
Gedaagde woonbootbewoner (procederend in persoon)
De kantonrechter verklaart de huuropzegging door de gemeente rechtsgeldig en veroordeelt gedaagde tot ontruiming van de ligplaats.
- De huurovereenkomst voor de ligplaats is rechtsgeldig opgezegd met inachtneming van de contractuele opzegtermijn van zes maanden.
- De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder onherroepelijk geoordeeld dat het bestemmingsplan woonboten in het Afwateringskanaal niet langer toestaat en dat de gemeente de belangen van bewoners voldoende heeft meegewogen.
- De gemeente bood via Scenario 3+ een financiële uitkoopregeling aan; de bewoner stemde hier niet mee in, maar dat staat ontruiming niet in de weg.
- In de huurovereenkomst is contractueel vastgelegd dat bij beëindiging door de gemeente geen recht bestaat op schadevergoeding of vervangende ligplaats.
- Bewoners kunnen de ligplaats gratis blijven gebruiken tot de ontruimingsdatum van 1 juli 2028, waardoor zij voldoende tijd hebben om alternatieve huisvesting te zoeken.
Samenvatting
Al meer dan tien jaar zitten tien woonbootbewoners in het Afwateringskanaal in Eindhoven in een conflict met de gemeente over hun ligplaatsen. De gemeente wil het industrieterrein De Hurk — het enige terrein in Eindhoven waar zware industrie is toegestaan — beschermen tegen beperkingen die woonboten zouden opleggen aan bedrijven. Een goed woon- en leefklimaat voor de bewoners kan daar bovendien niet worden gegarandeerd, zo concludeerde eerder onderzoek. De gemeenteraad stelde daarom een bestemmingsplan vast waarin woonboten in het kanaal planologisch niet langer zijn toegestaan.
De woonbootbewoners vochten dat bestemmingsplan aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevergeefs: in 2023 verklaarde de Afdeling hun beroep ongegrond. De Afdeling oordeelde dat de gemeente de ligplaatsen onder het overgangsrecht mocht brengen en dat het positief bestemmen van de woonboten zou leiden tot een verschuiving van het karakter van het bedrijventerrein, wat de rechten van gevestigde bedrijven zou aantasten. Wel benadrukte de Afdeling dat de gemeente had toegezegd te komen tot een uitkoopregeling.
Op 14 december 2023 zegde de gemeente de huurovereenkomsten op per 1 juli 2024, met een aangekondigde ontruiming per 1 juli 2028. Vanaf 1 januari 2024 mogen de bewoners hun ligplaats gratis blijven gebruiken. De gemeente bood daarbij een financiële vergoeding aan op basis van het zogeheten 'Scenario 3+', een door de gemeenteraad vastgesteld kader. Een van de bewoners — in de procedure aangeduid als gedaagde — weigerde in te stemmen met de opzegging en de aangeboden vergoeding. Hij procedeert in persoon.
De huurovereenkomst die gedaagde in 1992 met de gemeente sloot, is afgesloten voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van zes maanden. In die overeenkomst is ook bepaald dat de huurder bij beëindiging geen recht heeft op schadevergoeding of een vervangende ligplaats. De gemeente startte de civiele procedure om duidelijkheid te krijgen over de rechtmatigheid van haar opzegging en om tijdige ontruiming zeker te stellen.
De kantonrechter in Eindhoven behandelde de zaak van gedaagde gezamenlijk met de procedures die de gemeente had aangespannen tegen de overige woonbootbewoners. Na een mondelinge behandeling in januari 2026 deed de rechtbank op 2 april 2026 uitspraak. De rechter oordeelde dat de opzegging van de huurovereenkomst rechtsgeldig is en wees de vordering van de gemeente toe: gedaagde moet zijn ligplaats ontruimen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:7493, Rechtbank Gelderland, 05-09-2025, ARN 25/3950
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:6377, Rechtbank Gelderland, 30-07-2025, 25/3301
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:2975, Rechtbank Midden-Nederland, 16-06-2025, UTR 25/3251, UTR 25/3261. UTR 2/3265 en UTR 25/3268
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2024:4948, Rechtbank Noord-Nederland, 13-12-2024, 24/2222
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11410150 CV EXPL 24-8279
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:2011