Gemeente Land van Cuijk wint: ontslag ambtenaar BRP-misbruik rechtsgeldig — RBOBR:2026:2060
ontslag op staande voet / misbruik toegang persoonsregistratie (BRP) / arbeidsrecht gemeente
Eiser / verzoeker
Senior medewerker burgerzaken (verzoekster)
Verweerder / gedaagde
Gemeente Land van Cuijk
Het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen; de gemeente wordt wel veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen.
- Herhaaldelijk raadplegen van BRP-gegevens van de nieuwe vriendin van de ex-man (zeven keer in negen maanden) zonder functionele aanleiding vormt een dringende reden voor ontslag op staande voet.
- Het ontslag is onverwijld gegeven: de gemeente handelde voortvarend door een zorgvuldig intern onderzoek te volgen via meerdere systemen voordat zij tot ontslag overging.
- De schrijnende persoonlijke omstandigheden van de medewerkster (scheiding, psychische klachten) rechtvaardigen het misbruik van de vertrouwenspositie als ambtenaar niet.
- Ondanks het rechtmatige ontslag op staande voet heeft de werkneemster recht op de transitievergoeding, omdat ernstig verwijtbaar handelen niet is komen vast te staan.
- De ambtsbelofte en gedragscode van de gemeente benadrukken de bijzondere vertrouwenspositie van medewerkers burgerzaken bij het omgaan met persoonsgegevens.
Samenvatting
Een senior medewerker burgerzaken bij de Gemeente Land van Cuijk is op staande voet ontslagen nadat zij zonder functionele aanleiding de persoonsgegevens had opgezocht van de nieuwe vriendin van haar ex-man — en diens moeder — in de Basisregistratie Personen (BRP). De kantonrechter oordeelde dat dit ontslag rechtsgeldig was, maar kende de vrouw wel een transitievergoeding toe.
De vrouw werkte al sinds 2004 bij de gemeente als senior medewerker burgerzaken. In haar functie had zij dagelijks toegang tot de BRP, de centrale registratie van persoonsgegevens van alle inwoners. In de periode van augustus 2024 tot mei 2025 — een turbulente tijd waarin zij verwikkeld was in een echtscheiding — raadpleegde zij zeven keer de gegevens van één specifieke inwoner, de nieuwe partner van haar ex-man, en ook de gegevens van de moeder van die vrouw. Daarvoor bestond geen enkele functionele reden.
De misbruiken kwamen aan het licht doordat de betreffende inwoner in oktober 2025 een inzageverzoek indiende bij de gemeente. Zij wilde weten wie haar persoonsgegevens had geraadpleegd en met welk doel. De gemeente startte een intern onderzoek. Toen bleek dat er geen functionele verklaring was voor de raadplegingen, werd de medewerker uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dat gesprek erkende zij zelf dat zij de gegevens zonder doelbepaling had ingezien. Diezelfde dag, 6 november 2025, volgde het ontslag op staande voet.
De vrouw vocht het ontslag aan bij de kantonrechter. Zij voerde allereerst aan dat het ontslag niet onverwijld was gegeven: het inzageverzoek was al op 16 oktober bij de gemeente binnengekomen, maar het ontslag volgde pas op 6 november. De rechter verwierp dit argument. De gemeente had stap voor stap toegelicht hoe het onderzoek was verlopen — van identiteitsverificatie tot raadpleging van meerdere systemen — en had daarmee aangetoond voortvarend te hebben gehandeld. Een dergelijk onderzoek kost nu eenmaal tijd, en zorgvuldigheid is op zijn plaats gezien de vergaande gevolgen van een ontslag op staande voet.
Vervolgens beoordeelde de rechter of er sprake was van een dringende reden. De vrouw had herhaaldelijk, over een periode van bijna negen maanden, persoonsgegevens ingezien van iemand die niets met haar werk te maken had. Zij deed dit vanuit privémotieven, midden in een emotionele scheiding. De rechter erkende dat de persoonlijke omstandigheden schrijnend waren — haar huwelijk was stukgelopen op bedrog, zij had psychische klachten en alcoholproblemen gekend — maar oordeelde dat deze omstandigheden het handelen niet rechtvaardigden. Als gemeenteambtenaar had zij een bijzondere vertrouwenspositie en had zij de ambtsbelofte afgelegd. Misbruik van die positie voor privédoeleinden is een ernstige schending die een ontslag op staande voet rechtvaardigt.
Toch kende de rechter de vrouw een transitievergoeding toe. Het ontslag was weliswaar terecht, maar de gemeente had niet aangetoond dat de vrouw ernstig verwijtbaar had gehandeld in de zin van de wet — de drempel die geldt om een werknemer de transitievergoeding te ontzeggen. De emotionele context en de omstandigheid dat de vrouw zichzelf duidelijk niet goed in de hand had tijdens een persoonlijke crisis speelden daarbij een rol. Het verzoek om vernietiging van het ontslag werd afgewezen, maar de gemeente werd veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, inclusief wettelijke rente en proceskosten.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:3428, Rechtbank Gelderland, 22-04-2025, 11570416 \ HA VERZ 25-13
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:1805, Rechtbank Midden-Nederland, 11-04-2025, 11441081 \ ME VERZ 24-146 BW 31650
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2024:6686, Rechtbank Midden-Nederland, 10-12-2024, 11402845 \ MV EXPL 24-149
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2023:901, Centrale Raad van Beroep, 11-05-2023, 21/2844 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
12033562 \ EJ VERZ 25-585
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:2060