Ayahuasca-retraite in Eersel leidt na zeven jaar tot straf gelijk aan voorarrest — RBOBR:2026:2108
Opiumwet / aanwezig hebben harddrugs (DMT/ayahuasca)
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 dagen, gelijk aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis, wegens medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van DMT (lijst I Opiumwet).
- Verdachte had als trainee-begeleider bij ayahuasca-retraites feitelijke beschikkingsmacht over de in de woning aanwezige DMT, wat medeplegen oplevert.
- Van bereiden, bewerken, verwerken of verstrekken kon geen bewijs worden geleverd; verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
- De redelijke termijn werd met bijna vijf jaar overschreden, wat leidde tot compensatie in de strafmaat.
- De rechtbank legt slechts een gevangenisstraf op gelijk aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis van 2 dagen, in plaats van de geëiste 3 maanden voorwaardelijk.
- DMT valt onder lijst I van de Opiumwet; een uitzondering voor religieus gebruik was niet aan de orde.
Samenvatting
Een man werd in april 2019 aangehouden tijdens een politie-inval in een woning in Eersel, waar de organisatie achter ayahuasca-retraites actief was. Het onderzoek naar deze praktijken was gestart na het overlijden van een man in Eindhoven eerder dat jaar. Twee undercoveragenten hadden zich ingeschreven als deelnemers aan de bijeenkomst van 24 april 2019, waarna de politie de woning binnenviel. Daarbij werd ruim 12 kilogram en 600 milliliter ayahuasca aangetroffen, een middel dat de werkzame stof DMT bevat — een stof op lijst I van de Opiumwet.
De verdachte verbleef al enkele dagen in de woning en werd opgeleid tot begeleider van ayahuasca-sessies. Hij erkende dat hij wist dat er ayahuasca in de woning aanwezig was en dat er die dag een sessie zou plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat hij daarmee niet alleen kennis had van de aanwezigheid van de verboden stof, maar ook feitelijke macht daarover kon uitoefenen — samen met de andere bij de organisatie betrokken personen. Dat leverde medeplegen op.
De verdediging pleitte voor vrijspraak, omdat de man weliswaar aanwezig was maar niet zelf de ayahuasca zou hebben bereid of voorhanden gehad. De rechtbank verwierp dat verweer. Wel werd hij vrijgesproken van het bereiden, bewerken, verwerken of verstrekken van de stof, omdat dat niet kon worden vastgesteld.
Bij het bepalen van de straf speelde de buitengewoon lange duur van de zaak een grote rol. Tussen de aanhouding in april 2019 en de inhoudelijke behandeling in maart 2026 lagen bijna zeven jaar. Hoewel een deel van die vertraging te wijten was aan onderzoekswensen van de verdediging en een toegewezen aanhouding, kon daarmee niet de volledige overschrijding worden verklaard. De rechtbank sprak van een onwenselijk lange afdoening.
De officier van justitie had een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden geëist. De verdediging vroeg om een straf gelijk aan het voorarrest, zoals ook bij medeverdachten was opgelegd. De rechtbank volgde die lijn: gelet op de forse termijnoverschrijding werd volstaan met een gevangenisstraf van twee dagen — precies de tijd die de verdachte al in verzekering had doorgebracht.
Betrokken advocaten
onbekend (raadsvrouw)
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Eindhovenaar beledigt en bedreigt BOA en krijgt maand cel
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
Man zonder vaste woonplaats veroordeeld voor gewelddadige aanval in Eindhoven
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:1903, Rechtbank Oost-Brabant, 25-03-2026, 01/117809/25
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2026:1904, Rechtbank Oost-Brabant, 25-03-2026, 01/313421/22
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
01/278366/23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:2108