Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2026:2114Strafrecht

Eindhovenaar beledigt en bedreigt BOA en krijgt maand cel — RBOBR:2026:2114

belediging en bedreiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar

Eiser / verzoeker

Officier van justitie

Verweerder / gedaagde

Verdachte

Verdachte veroordeeld tot één maand gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor belediging en bedreiging van een BOA.

  • Verdachte bekende ter zitting het beledigen en bedreigen van een BOA met grove scheldwoorden en een pistoolgebaar
  • Rechtbank legt één maand gevangenisstraf op, lager dan de geëiste 87 dagen, omdat dit de ernst voldoende tot uitdrukking brengt
  • Verdachte heeft een strafblad van 54 pagina's en werd in oktober 2025 al een ISD-maatregel opgelegd voor soortgelijke feiten
  • Rechtbank overweegt dat het ondermijnen van gezag van opsporingsambtenaren en gevoelens van onveiligheid bij omstanders straf rechtvaardigen
  • Voorarrest overschrijdt de opgelegde straf; rechtbank acht het niet passend de straf enkel daarom te verhogen

Samenvatting

Een man uit Eindhoven heeft op 16 december 2025 een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) zwaar beledigd en ernstig bedreigd nadat die hem een bekeuring uitschreef voor een overtreding van de plaatselijke verordening. De rechtbank Oost-Brabant heeft hem veroordeeld voor beide feiten.

De man was ten tijde van het incident zwaar dronken en uitte een stroom van grove scheldwoorden richting de BOA, waaronder 'kankerlijer', 'fascist', 'hitlerjugend' en 'vies vuil misselijk kutventje'. Vervolgens dreigde hij de ambtenaar met de woorden 'Ik schiet je kapot', 'Jij gaat eraan' en 'Ik schiet je door je kankerkop, ik doe het echt', terwijl hij daarbij met duim en wijsvinger een pistoolgebaar maakte. Dit alles speelde zich af in aanwezigheid van omstanders.

De verdachte heeft ter zitting alle feiten bekend. Zijn advocaat sloot zich aan bij de eis van de officier van justitie — een gevangenisstraf gelijk aan het al ondergane voorarrest — en wees op twee verzachtende omstandigheden: de man heeft recent een ISD-maatregel opgelegd gekregen in een andere zaak, die hij wil benutten om zijn leven te beteren, en bovendien is bij hem onlangs een ernstige ziekte vastgesteld waarvoor behandeling nodig is.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten: opsporingsambtenaren verdienen bescherming bij de uitoefening van hun werk, en dit soort gedrag ondermijnt het gezag en wekt gevoelens van onveiligheid bij omstanders. Tegelijk woog de persoonlijke situatie van de verdachte mee: hij heeft een strafblad van 54 pagina's, was tot aan zijn detentie dakloos, kampt met alcoholverslaving en heeft psychische en medische problemen. In oktober 2025 werd hem al een ISD-maatregel opgelegd voor vergelijkbare feiten.

De officier van justitie eiste 87 dagen gevangenisstraf. De rechtbank legde een lagere straf op dan geëist: één maand gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest. Hoewel de rechtbank zich ervan bewust was dat het voorarrest die termijn al overschrijdt, vond zij het niet passend om de straf alleen daarom hoger te maken. De opgelegde straf brengt de ernst van de feiten naar het oordeel van de rechtbank voldoende tot uitdrukking.

Betrokken advocaten

onbekend

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 april 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

01/343961/25

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2026:2114

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken