ECLI:NL:RBOBR:2026:950, Rechtbank Oost-Brabant, 12-02-2026, 01.295092.25 — RBOBR:2026:950
Samenvatting
Veroordeling voor poging tot zware mishandeling, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2a, eerste lid van de Opiumwet gegeven verbod. De verdachte met een telefoonkabel/snoer een verwurging aangelegd om de hals van zijn ex-vriendin en hij heeft haar met de dood bedreigd. Verder had de verdachte 9,95 gram 4-BMC voorhanden. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen met aftrek van voorarrest waarvan 166 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met bijzondere voorwaarden. Deze worden dadelijk uitvoerbaar verklaard. De verdachte ziet in dat een klinische behandeling nodig is, om zijn psychische gesteldheid te verbeteren en hem van zijn middelenproblematiek af te helpen. De rechtbank heft op het tegen de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2026:213, Rechtbank Oost-Brabant, 16-01-2026, 01.299206.24
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:8316, Rechtbank Oost-Brabant, 19-12-2025, 82/019598-24
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:8173, Rechtbank Oost-Brabant, 15-12-2025, 01.119816.25
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:5431, Rechtbank Oost-Brabant, 28-08-2025, 01/031486-23
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 februari 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
01.295092.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:950