ECLI:NL:RBOVE:2021:1448, Rechtbank Overijssel, 24-03-2021, C/08/250610 / HA ZA 20-268 — RBOVE:2021:1448
Samenvatting
Aan één van de gedaagden is in een ontnemingsprocedure een verplichting tot betaling van bijna 2,5 miljoen euro opgelegd ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Een deel van dat bedrag heeft de Staat kunnen innen. Om ook het restantbedrag te kunnen innen heeft de Staat gedreigd om executoriaal beslag op (on)roerend goed te laten leggen. Gedaagde heeft vervolgens zijn woning verkocht aan zijn dochters, die evenals hun moeder en ex-echtgenote, in deze zaak zijn gedagvaard. Enkel de dochters zijn in de procedure verschenen. Tegen gedaagde en zijn ex-echtgenote is verstek verleend. Bij de verkoop van de woning is een recht van bewoning bedongen voor gedaagde en zijn ex-echtgenote en is de koopsom kwijtgescholden. De rechtbank volgt de Staat en is van oordeel dat de context waarin het samenstel van rechtshandelingen heeft plaatsgevonden, maakt dat daaruit volgt dat het doel en de strekking van de rechtshandelingen is geweest het veiligstellen van vermogen van gedaagde om te voorkomen dat de Staat zich daarop zou verhalen in het kader van de openstaande ontnemingsmaatregel. Het samenstel van rechtshandelingen heeft dan ook een onzedelijk karakter. De rechtbank is van oordeel dat dit onzedelijke karakter voor de dochters geacht wordt kenbaar te zijn geweest. Als gevolg hiervan is het samenstel van rechtshandelingen waarmee de woning aan de dochters is overgedragen, nietig (artikel 3:40 BW). De door de Staat gevorderde verklaring voor recht van die strekking wordt toegewezen. Ook wordt de gedaagde veroordeeld om een verklaring van waardeloosheid van de leveringsakte en de akte waarin het gebruiksrecht is gevestigd is af te geven, die vervolgens ingeschreven kan worden in de openbare registers (artikel 3:28 BW). Als gedaagde daaraan niet tijdig meewerkt treedt het vonnis daarvoor in de plaats. De vordering om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren is toegewezen (artikel 233 Rv).
Betrokken advocaten
mr. I.C. Engels
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:1305, Gerechtshof Amsterdam, 14-05-2024, 200.323.845/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2023:1709, Rechtbank Amsterdam, 22-03-2023, C/13/724585 / HA ZA 22-903
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2023:98, Rechtbank Amsterdam, 11-01-2023, 712515
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2022:1719, Rechtbank Noord-Holland, 02-03-2022, C/15/310752 / HA ZA 20-758
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 maart 2021
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/08/250610 / HA ZA 20-268
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2021:1448