ECLI:NL:RBOVE:2023:1208, Rechtbank Overijssel, 21-03-2023, 9876505 \ CV EXPL 22-1762 — RBOVE:2023:1208
Samenvatting
Eiser sub 1 heeft een aantal percelen landbouwgrond van gedaagde c.s. in gebruik. Deze zaak gaat over de vraag of dit al dan niet op basis van een pachtovereenkomst gebeurt. eiser sub 1 stelt dat dit het geval is. Hij wil de percelen blijven gebruiken en vordert onder meer schriftelijke vastlegging van de mondelinge pachtovereenkomst die hij destijds met de ouders van gedaagde c.s. zou hebben gesloten. Ook vordert eiser sub 1 dat zijn zoon, eiser sub 2 , als medepachter wordt aangemerkt. De pachtkamer is van oordeel dat de vorderingen van eiser sub 1 niet voor toewijzing in aanmerking komen. Die beslissing wordt hierna toegelicht.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2026:648, Rechtbank Gelderland, 28-01-2026, C/05/366125 / HZ ZA 20-73
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2026:650, Rechtbank Gelderland, 21-01-2026, C/05/365390 / HZ ZA 20-53
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2025:5968, Raad van State, 10-12-2025, 202304512/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:10853, Rechtbank Gelderland, 10-12-2025, C/05/442724 / HZ ZA 24-352
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 maart 2023
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
9876505 \ CV EXPL 22-1762
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2023:1208