Kinderrechter weigert verlenging ondertoezichtstelling na echtscheiding — RBOVE:2023:623
afwijzing verlenging ondertoezichtstelling / echtscheidingsproblematiek co-ouderschap
Eiser / verzoeker
De vader
Verweerder / gedaagde
Stichting Jeugdbescherming Overijssel (GI) en de moeder
De kinderrechter wees het verzoek van de vader tot verlenging van de ondertoezichtstelling af, waardoor de maatregel per 30 januari 2023 eindigde.
- De kinderrechter oordeelde dat technisch nog aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling werd voldaan, maar wees verlenging toch af omdat van verdere inzet van de GI geen baten meer te verwachten zijn.
- De GI had gemotiveerd afgezien van een verlengingsverzoek omdat de gestelde doelen niet zijn behaald en ook bij verlenging niet haalbaar zijn; de Raad voor de Kinderbescherming kon zich daarin vinden.
- De vader stelt voortdurend voorwaarden aan in te zetten hulpverlening, waardoor feitelijk geen hulp tot stand komt; de kinderrechter legt mede hierdoor de verantwoordelijkheid bij de vader.
- De rechter kwalificeert de ondertoezichtstelling als een 'strijdtoneel' voor de ouders en concludeert dat beëindiging de ouders terugdwingt op hun eigen gezamenlijke verantwoordelijkheid als gezaghebbende ouders.
- De bewering van de vader over ouderverstoting wordt door de kinderrechter gerelativeerd, nu de vader feitelijk een nagenoeg gelijke co-ouderschapsverdeling heeft.
Samenvatting
Een vader uit Almelo vroeg de rechtbank om de ondertoezichtstelling van zijn dochter, geboren in 2017, te verlengen. Dat is een kinderbeschermingsmaatregel waarbij een gezinsvoogd toezicht houdt op de opvoeding. De maatregel liep af op 30 januari 2023 en de vader diende zelf het verlengingsverzoek in, omdat de jeugdbeschermingsinstantie (GI) dat niet wilde doen.
De GI had bewust afgezien van een verlengingsverzoek. Haar motivering: de doelen van de ondertoezichtstelling waren niet gehaald en er was geen realistisch vooruitzicht dat ze bij een verlenging wél behaald zouden worden. De problemen draaien volledig om de slechte verstandhouding tussen de ouders. Ondanks verschillende hulpverleningstrajecten is het ouders niet gelukt om hun communicatie te verbeteren. De Raad voor de Kinderbescherming had het besluit van de GI getoetst en kon zich daarin vinden.
De kinderrechter stelde vast dat technisch gezien nog wel aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling werd voldaan: er zijn zorgen over de ontwikkeling van het kind, en die zorgen worden onvoldoende erkend door de ouders. Toch wees de rechter het verzoek van de vader af. De reden: van een verdere verlenging zijn geen baten meer te verwachten. De kinderrechter had al bij de vorige verlenging in juli 2022 twijfels geuit over de haalbaarheid van de doelen, maar de ouders kregen destijds nog een laatste kans. Die kans is niet benut.
De rechter is opvallend direct in zijn oordeel over de vader. Zo wijst hij erop dat de vader voortdurend eisen en voorwaarden stelt aan de in te zetten hulpverlening, waardoor het nooit tot daadwerkelijke hulp komt. Ook de stelling van de vader dat hij slachtoffer is van 'ouderverstoting' wordt door de rechter nadrukkelijk gerelativeerd: de vader heeft feitelijk een vrijwel gelijke verdeling van de zorgtaken met de moeder, iets wat de rechter 'een klein wonder' noemt gezien de onderlinge verhoudingen.
De kinderrechter concludeert dat de ondertoezichtstelling in de praktijk is uitgegroeid tot een 'strijdtoneel' voor de ouders, in plaats van een instrument ter bescherming van het kind. Door de maatregel te beëindigen, worden de ouders teruggeworpen op hun eigen verantwoordelijkheid. Zij delen het ouderlijk gezag en zijn daarmee samen verantwoordelijk voor het welzijn van hun dochter. De rechter benadrukt dat het aan hen is om, ondanks hun onderlinge strijd, het kind zo min mogelijk te laten merken van hun conflict.
Hoewel de rechter erkent dat er op de langere termijn wél risico's zijn voor de ontwikkeling van het meisje — als de ouderstrijd aanhoudt, zal zij daar naarmate ze ouder wordt steeds meer last van krijgen — is er op dit moment nog geen sprake van een acute ernstige ontwikkelingsbedreiging. Het verzoek van de vader wordt afgewezen en de ondertoezichtstelling eindigt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:3198, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-05-2025, 200.352.847
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2024:6327, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-10-2024, 200.337.536
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBOVE:2023:1984, Rechtbank Overijssel, 17-05-2023, 08/065353-22 en 08/119162-21 (tul) (P)
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2023:1162, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-02-2023, 200.317.784
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 januari 2023
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/08/290830 / JE RK 23-71
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2023:623