ECLI:NL:RBOVE:2025:3082, Rechtbank Overijssel, 14-05-2025, C/08/302345 / HA ZA 23-348 — RBOVE:2025:3082
Samenvatting
Dit eindvonnis is een vervolg op het tussenvonnis in deze zaak van 30 oktober 2024 (ECLI:NL:RBOVE:2024:7030). In deze zaak vorderen ITPH c.s. van gedaagde vergoeding van kosten die zij stellen te hebben gemaakt in het kader van een gezamenlijk non-profit project tussen partijen. In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat gedaagde op grond van een gedane toezegging inderdaad gehouden is daadwerkelijk gemaakte kosten te vergoeden. Ten aanzien van de meeste van die kosten heeft de rechtbank nadere onderbouwing verlangd die ITPH c.s. bij akte mochten geven, waarna gedaagde kon reageren. In dit eindvonnis komt de rechtbank tot de slotsom dat een deel van de door ITPH c.s. gestelde kosten voor vergoeding in aanmerking komt, en een deel niet.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:13961, Rechtbank Rotterdam, 21-05-2025, C/10/696552 / HA ZA 25-258
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:5647, Rechtbank Gelderland, 13-10-2023, 424113
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:2374, Rechtbank Gelderland, 03-05-2023, C/05/405746 / HA ZA 22-280
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2023:1073, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-04-2023, 200.308.524_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
14 mei 2025
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/08/302345 / HA ZA 23-348
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:3082