Juristi.nl
ECLI:NL:RBOVE:2025:3676Civiel Recht

ECLI:NL:RBOVE:2025:3676, Rechtbank Overijssel, 28-05-2025, C/08/324197 / HA ZA 24-435 — RBOVE:2025:3676

Samenvatting

Op 21 juli 2009 heeft partij A ten gunste van partij B een tweede hypotheekrecht gevestigd op zijn woning tot zekerheid van de in diezelfde notariële akte opgenomen geldlening van partij B aan partij A van € 65.000. Partijen hebben in de notariële akte afgesproken dat rente verschuldigd is over die geldlening. Partij B heeft op zijn vordering op partij A ter zake van die geldlening een pandrecht gevestigd ten gunste van NVIG B.V. Zowel partij B als NVIG B.V. maken aanspraak op betaling van partij A voor dezelfde vordering. Om executie van zijn woning te voorkomen, is partij A medio 2023 een kort geding gestart bij deze rechtbank. In die procedure heeft partij A gesteld dat hij de geldlening wil aflossen zodat het recht van tweede hypotheek kan worden doorgehaald. De voorzieningenrechter heeft op 21 december 2023 bevolen (ECLI:NL:RBOVE:2023:5283) dat NVIG B.V. en partij B gezamenlijk één (derdengeld)bankrekening aanwijzen waarop partij A een bedrag dient te betalen.

Betrokken advocaten

mr. V.P. Melens

gedaagde

Flinck Advocaten, AMSTERDAM

mr. E. Nijhoff

gedaagde

Spoor & Hoekman c.s. Advocaten, ALMELO

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

28 mei 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/08/324197 / HA ZA 24-435

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOVE:2025:3676

Bekijk op rechtspraak.nl