ECLI:NL:RBOVE:2026:1339, Rechtbank Overijssel, 11-03-2026, C/08/337884 / HA ZA 25-287 — RBOVE:2026:1339
Samenvatting
Partijen zijn eigenaren van aan elkaar grenzende percelen. Op de grens bevindt zich een oprit die gedeeltelijk op het perceel van partij A en gedeeltelijk op het perceel van partij B 1 en partij B 2 ligt. De oprit wordt door beide partijen gebruikt. Partij A vordert een verbod op het gebruik van zijn perceel, op straffe van een dwangsom. Partij B 1 en partij B 2 voeren verweer. Voor zover de vordering wordt toegewezen, vorderen zij ook een verbod op het gebruik van hun perceel, op straffe van een dwangsom. De rechtbank concludeert dat er een erfdienstbaarheid is ontstaan en dat partij B 1 en partij B 2 het recht van overpad hebben. De vordering van partij A wordt daarom afgewezen. De vordering van partij B 1 en partij B 2 hoeft daarom niet behandeld te worden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:7845, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-12-2025, 200.360.125/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2025:5986, Rechtbank Overijssel, 08-10-2025, C/08/320197 / HA ZA 24-347
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2025:5517, Rechtbank Overijssel, 10-09-2025, C/08/280971 / HA ZA 22-166
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:5165, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-08-2025, 200.353.788/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2026
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/08/337884 / HA ZA 25-287
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:1339