Rechter: te late bezwaar ZW-uitkering niet verschoonbaar door burnout — RBOVE:2026:1684
Ziektewet / niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding
Eiser / verzoeker
Eiser (naam niet vermeld)
Verweerder / gedaagde
Raad van bestuur van het UWV
Beroep ongegrond verklaard; het UWV-besluit waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn blijft in stand.
- Bezwaar werd zes weken te laat ingediend, wat een aanzienlijke termijnoverschrijding oplevert
- Verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat psychische klachten (burnout/depressie) geen medisch verschoonbare reden vormen voor te late indiening
- Man functioneerde cognitief normaal, gebruikte geen psychofarmaca en had via derden tijdig bezwaar kunnen laten indienen
- Geen medische tegenbewijs ingebracht door eiser om de bevindingen van de verzekeringsarts te weerleggen
- Rechtbank past het nieuwere maatwerkkader voor verschoonbaarheid toe, maar oordeelt dat ook daarbinnen geen verschoonbaarheid bestaat
Samenvatting
Een man uit een niet nader genoemde woonplaats verloor zijn Ziektewet-uitkering nadat het UWV oordeelde dat hij weer aan het werk kon. Toen hij bezwaar wilde maken tegen die beslissing, deed hij dat te laat — zes weken na de wettelijke termijn. Het UWV verklaarde zijn bezwaar daarom niet-ontvankelijk. De man stapte naar de rechter en betoogde dat zijn medische toestand hem had verhinderd tijdig te reageren.
De man had zich in juli 2023 ziekgemeld als magazijnmeester en ontving sindsdien een ZW-uitkering. Na een zogeheten eerstejaars ZW-beoordeling besloot het UWV op 16 januari 2025 de uitkering te beëindigen per 17 februari 2025. Het bezwaarschrift daartegen bereikte het UWV pas op 8 april 2025 — ruim zes weken te laat.
Voor zijn vertraging voerde de man aan dat hij leed aan een burnout en depressie. De combinatie van fysieke en psychische klachten zou hem volledig hebben uitgeput, waardoor administratieve handelingen zoals het indienen van een bezwaar simpelweg onmogelijk waren. Hij benadrukte dat het inroepen van hulp bij mensen met een depressie juist een van de grote struikelblokken is, en dat zijn vertrouwenspersoon bovendien niet in Nederland verbleef.
Het UWV liet een verzekeringsarts bezwaar en beroep onderzoek doen. Die concludeerde dat er geen medisch verschoonbare reden was voor de te late indiening. Uit eerdere rapportages bleek dat de man helder en adequaat kon communiceren, zijn aandacht goed kon richten en normaal cognitief functioneerde. Hij gebruikte geen psychofarmaca en werd slechts eens per drie weken begeleid door een POH-GGZ. Ook informatie van de huisarts uit juni 2025 bevestigde dat zijn situatie niet was verslechterd. De verzekeringsarts oordeelde dat de man — of iemand namens hem, zoals een kind, partner of zijn vertrouwenspersoon via telefoon of e-mail — tijdig een voorlopig bezwaarschrift had kunnen indienen.
De rechtbank volgde dit oordeel. Er was geen reden om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts, temeer omdat de man geen eigen medische informatie had ingebracht die een ander beeld schetste. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de man, gezien zijn opleidingsniveau, geen beperkingen had in zijn 'doevermogen'. Van een verschoonbare termijnoverschrijding was dan ook geen sprake.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het besluit van het UWV om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren blijft daarmee in stand, en de man krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Beroep niet-ontvankelijk: vrouw alsnog toegelaten tot beschut werk
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:3598, Rechtbank Den Haag, 20-02-2026, NL26.7298
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBOVE:2026:198, Rechtbank Overijssel, 19-01-2026, AK_25_2724
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:335, Rechtbank Overijssel, 23-01-2025, ak_24_4068
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
ak_25_2433
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:1684