Vrouw veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen auto in Slagharen — RBOVE:2026:1701
openlijke geweldpleging / vernieling
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld voor openlijke geweldpleging in vereniging en krijgt een voorwaardelijke taakstraf van veertig uur met een proeftijd van twee jaar; vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid van vernieling.
- Nauwe en bewuste samenwerking bij openlijke geweldpleging vereist geen gelijktijdig handelen; samen aankomen, aanwezig zijn bij elkaars geweld en gezamenlijk vertrekken volstaat.
- De vrouw leverde een significante en wezenlijke bijdrage door zowel met haar vuisten als met hetzelfde voorwerp meermalen op de auto te slaan.
- Vrijspraak voor de strafverzwarende omstandigheid 'vernieling': juridisch vernielen vereist dat herstel door reparatie onmogelijk is, wat hier niet was vastgesteld.
- Strafmatiging wegens overschrijding van de redelijke termijn (meer dan twee jaar na het incident) en het ontbreken van een strafblad.
- Reclassering adviseert straf zonder bijzondere voorwaarden vanwege laag recidiverisico en het feit dat verdachte haar leven grotendeels op orde heeft.
Samenvatting
Op een avond in september 2023 reden een vrouw en haar partner achter elkaar aan naar de woning van een kennis in Slagharen. Daar aangekomen sloeg de partner herhaaldelijk met een lang voorwerp op de Hyundai van de bewoner, waarbij de achterruit volledig sneuvelde en het linker achterportier beschadigd raakte. Daarna liep de vrouw naar de auto toe, sloeg met haar vuisten op de voorruit en de motorkap, en pakte vervolgens hetzelfde voorwerp op. Daarmee sloeg ze meerdere keren op de voorruit, de motorkap, het rechtervoorldicht en het linker achterlicht, waardoor ook de voorruit beschadigd raakte.
Het geweld speelde zich af in een woonwijk en hing samen met een langdurig conflict tussen de partner van de vrouw en de bewoner. De rechtbank oordeelde dat de vrouw en haar partner gezamenlijk, met nauwe en bewuste samenwerking, openlijk geweld hebben gepleegd. Dat zij niet precies tegelijk sloegen, deed daar niet aan af: ze kwamen samen aan, waren bij elkaars handelingen aanwezig, spraken kort met elkaar en vertrokken gezamenlijk. De bijdrage van de vrouw was bovendien significant en wezenlijk.
De verdediging had vrijspraak bepleit. De raadsman voerde aan dat er geen sprake was van de vereiste nauwe samenwerking en dat niet kon worden vastgesteld dat het slaan door de vrouw daadwerkelijk schade had veroorzaakt. De rechtbank verwierp dit verweer. Wel werd de vrouw vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid dat zij de auto zodanig had vernield dat herstel onmogelijk was — juridisch gezien is pas sprake van 'vernielen' als het voorwerp niet meer door reparatie in de oude staat kan worden teruggebracht, en dat was hier niet het geval.
Voor de straftoemeting hield de rechtbank rekening met meerdere factoren. De vrouw heeft geen strafblad en is sinds het incident niet opnieuw met politie in aanraking gekomen. Ze heeft ingezien dat alcoholgebruik bij haar tot agressief gedrag kan leiden en heeft haar consumptie verminderd. De reclassering schat het recidiverisico laag in en ziet geen meerwaarde in begeleiding of bijzondere voorwaarden. Tegelijk rekende de rechtbank haar aan dat zij andermans eigendom heeft beschadigd en haar emoties op een auto heeft afgereageerd.
Als uitgangspunt voor openlijke geweldpleging met schade aan meerdere auto's geldt een taakstraf van zestig uur. Omdat het hier om één auto ging en de zaak al meer dan twee jaar oud is — langer dan de redelijke termijn — matigt de rechtbank de straf. De vrouw krijgt een voorwaardelijke taakstraf opgelegd van veertig uur, met een proeftijd van twee jaar. Of ook de door het Openbaar Ministerie gevorderde contactverboden en vrijheidsbeperkende maatregel zijn opgelegd, blijkt niet volledig uit het beschikbare vonnis.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:2376, Gerechtshof Den Haag, 18-11-2025, 200.338.411
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:17340, Rechtbank Den Haag, 02-09-2024, C/09/670945 / KG ZA 24-746
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBOVE:2024:208, Rechtbank Overijssel, 10-01-2024, C/08/300794 / HA ZA 23-299
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2023:1035, Rechtbank Overijssel, 17-03-2023, C/08/292478 / KG ZA 23-32
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
08.139860.24 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:1701