Juristi.nl
ECLI:NL:RBOVE:2026:1710Strafrecht

Vrachtwagenchauffeur vrijgesproken van doodslag, veroordeeld voor mishandeling — RBOVE:2026:1710

poging tot doodslag / poging tot zware mishandeling / messteekincident

Eiser / verzoeker

Officier van justitie

Verweerder / gedaagde

Verdachte

Verdachte werd vrijgesproken van poging tot doodslag en van het steken van twee slachtoffers, maar veroordeeld voor poging tot zware mishandeling van één slachtoffer, waarvoor hij drie maanden gevangenisstraf opgelegd kreeg.

  • Verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag en van het steken van twee van de drie slachtoffers bij gebrek aan bewijs
  • Veroordeling voor poging tot zware mishandeling op grond van voorwaardelijk opzet: verdachte aanvaardde bewust de aanmerkelijke kans op zwaar letsel door met mes voorwaartse steekbeweging te maken
  • Gevangenisstraf van drie maanden zonder voorwaardelijk deel, mede vanwege ontbreken van strafblad en binding met Nederland

Samenvatting

Een internationaal vrachtwagenchauffeur uit Belarus stond op 2 april 2026 terecht bij de rechtbank Overijssel voor een messteekincident in Deventer. Op 15 juni 2024 ontstond op het terrein van een transportbedrijf een vechtpartij tussen vrachtwagenchauffeurs. De verdachte, die die avond alcohol had gedronken, pakte een keukenmes en liep daarmee naar buiten waar de ruzie tussen zo'n vijf mannen plaatsvond.

Het Openbaar Ministerie had de verdachte aanvankelijk beschuldigd van drie steekincidenten: hij zou drie mannen hebben gestoken, één in de borst, één in de pols en één in de rug. De aanklacht luidde primair poging tot doodslag, subsidiair poging tot zware mishandeling. De officier van justitie bepleitte al tijdens de zitting dat verdachte vrijgesproken moest worden van het steken van het eerste slachtoffer, en dat alleen het subsidiaire feit bewezen was ten aanzien van twee slachtoffers.

De rechtbank volgde een deel van dit standpunt, maar ging nog verder in de vrijspraken. Voor het eerste slachtoffer, dat letsel aan de borst had opgelopen, kon niet worden bewezen dat dit door de verdachte was veroorzaakt. Ten aanzien van het derde slachtoffer, met letsel aan de rug, kon de rechtbank niet vaststellen dat dit door een steekbeweging van de verdachte was toegebracht zoals in de aanklacht omschreven. Verdachte werd voor deze twee onderdelen vrijgesproken.

Alleen het steken van het tweede slachtoffer in de pols werd bewezen geacht. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van opzet op het toebrengen van zwaar letsel in de directe zin, maar wel van zogenaamd voorwaardelijk opzet: de verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er zwaar letsel zou ontstaan. Hij liep met een mes naar buiten, stond daarmee op minder dan anderhalve meter van het slachtoffer, en maakte een voorwaartse steekbeweging. Dat iemand daardoor ernstig gewond kon raken, had de verdachte moeten weten en heeft hij voor lief genomen. De rechtbank veroordeelde hem dan ook voor poging tot zware mishandeling.

Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit — het gebruik van een mes tijdens een vechtpartij is een forse stap — maar ook met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij heeft geen strafblad in Nederland, woont en werkt in Belarus en heeft nauwelijks binding met ons land. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 149 dagen waarvan 48 voorwaardelijk. De verdediging vroeg om een straf gelijk aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis van 101 dagen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van drie maanden op, zonder voorwaardelijk deel. Omdat de verdachte geen eerdere veroordelingen heeft en geen band met Nederland, zag de rechtbank geen noodzaak voor een voorwaardelijk strafdeel. De tijd die de verdachte al in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf.

Betrokken advocaten

mr. R.P. van der Graaf

verdachte

Hendrickx Vlielander Van der Graaf advocaten, UTRECHT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 april 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

08.195622.24 (P)

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOVE:2026:1710

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken