Rechtbank verklaart zich onbevoegd in internationale geschil zonder vermogensbeslag — RBROT:2009:BJ2053
internationale rechtsmacht / bevoegdheidsincident / conservatoir derdenbeslag / internationale koopovereenkomst (CISG)
Eiser / verzoeker
Sarens N.V. (Belgisch kraanbedrijf)
Verweerder / gedaagde
Gemax D.O.O. (Servisch bedrijf)
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om van de vordering van Sarens kennis te nemen, omdat het conservatoire beslag geen vermogensbestanddeel van Gemax had getroffen.
- Nederlandse rechter is alleen bevoegd als het conservatoire beslag een vermogensbestanddeel van Gemax in Nederland had getroffen.
- Betalingen door Gemax van in totaal €214.953 aan [bedrijf], met vermelding van het factuurnummer, werden aangemerkt als betaling van de koopprijs en niet als depot.
- Op grond van CISG (art. 58) en Nederlands recht mocht Gemax de koopprijs ook vóór levering voldoen; er was geen afspraak die dat verbood.
- Omdat het beslag geen vermogen van Gemax trof, ontbreekt de bevoegdheidsgrondslag en verklaart de rechtbank zich onbevoegd.
- Sarens werd veroordeeld in de proceskosten van Gemax.
Samenvatting
Een Belgisch kraanbedrijf, Sarens N.V., spande een rechtszaak aan bij de Rotterdamse rechtbank tegen het Servische bedrijf Gemax D.O.O. Voordat de zaak inhoudelijk kon worden behandeld, moest eerst worden vastgesteld of de Nederlandse rechter überhaupt bevoegd was om de zaak te beoordelen.
De Nederlandse rechter is in dit soort internationale zaken alleen bevoegd als er een voldoende aanknopingspunt bestaat met Nederland. Sarens had daarvoor gebruik gemaakt van een juridische strategie: zij had conservatoir beslag laten leggen onder het Nederlandse bedrijf [bedrijf], in de hoop dat daarmee vermogen van Gemax in Nederland was geblokkeerd. Als dat beslag raak was, zou de Nederlandse rechter bevoegd zijn.
Het draaide daarmee om één centrale vraag: had [bedrijf] op het moment van het beslag, 26 maart 2008, nog geld van Gemax in beheer? Sarens betoogde van wel. Gemax had in maart 2008 in totaal ruim 214.000 euro overgemaakt aan [bedrijf] voor de aankoop van een mobiele kraan. Sarens stelde dat dit geld een soort depot was, omdat de kraan nog niet was geleverd en Gemax pas bij levering hoefde te betalen. Het geld zou dus nog 'van Gemax' zijn geweest en daarmee vatbaar voor beslag.
De rechtbank verwierp dit betoog. Zij analyseerde de koopovereenkomst tussen [bedrijf] en Gemax aan de hand van het internationale koopverdrag CISG en het Nederlandse burgerlijk recht. Uit die regels volgt dat een koper in principe verplicht is de koopprijs te betalen op het moment dat de verkoper de zaak ter beschikking stelt. Maar dat sluit niet uit dat de koper eerder mag betalen: zodra er een koopovereenkomst is gesloten, mag de koper de koopprijs immers ook al vóór de levering voldoen.
Dat is precies wat Gemax had gedaan. Op de bankafschriften stond bij elk van de drie betalingen het factuurnummer van de bewuste factuur vermeld. Die drie betalingen kwamen samen op bijna exact het bedrag van de overeengekomen koopprijs van 215.000 euro. De rechtbank concludeerde dat Gemax hiermee gewoon de koopprijs had betaald, en niet een depot had gestort. Er was geen bijzondere afspraak tussen partijen waaruit zou volgen dat het geld tijdelijk 'voor Gemax' werd bewaard door [bedrijf].
Of de factuur van 26 februari 2008 nu een gewone factuur of een zogenoemde pro forma factuur was — zoals Sarens betoogde — maakte voor de uitkomst geen verschil. Ook bij een pro forma factuur was de betalingsverplichting al ontstaan, en er was geen afspraak dat Gemax pas mocht betalen na ontvangst van een andere, commerciële factuur.
Omdat het beslag dus geen vermogen van Gemax had getroffen, verviel de enige grond waarop de Nederlandse rechter bevoegd had kunnen zijn. De rechtbank verklaarde zich dan ook onbevoegd om de zaak te behandelen en veroordeelde Sarens in de proceskosten: ruim 4.784 euro aan griffierecht en 678 euro aan salaris voor de advocaat van Gemax.
Betrokken advocaten
mr. P.H.Ch. M. van Swaaij
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2018:6464, Rechtbank Den Haag, 05-06-2018, C/09/549145
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2017:90, Rechtbank Limburg, 11-01-2017, C/03/224380 / HA ZA 16-471
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2015:15920, Rechtbank Den Haag, 28-12-2015, C/09/500014 / KG ZA 15-1749
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2015:6674, Rechtbank Amsterdam, 20-09-2015, C/13/593826 / KG ZA 15/1141 en C/13/593831 / KG ZA 15/1142
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
1 juli 2009
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
316131 / HA ZA 08-2408
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2053