ECLI:NL:RBROT:2017:10326, Rechtbank Rotterdam, 14-11-2017, 537066 / HA RK 17-935 — RBROT:2017:10326
Samenvatting
Verzoekers niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Het zwaartepunt van het verzoek tot wraking is gelegen in hetgeen ter zitting van 18 juli 2017 door de rechter is gezegd en door de heer [naam] is verklaard. Dit is weergegeven in het proces-verbaal van de zitting dat op 3 augustus 2017 door verzoekers is ontvangen. Dezelfde verklaring van de heer [naam] is tevens gebruikt in de beschikking van 7 augustus 2017. In dit licht bezien is het tijdsverloop tussen de gewraakte gedragingen van de rechter en de indiening van het verzoek op 12 oktober 2017 te groot.
Betrokken advocaten
mr. C.M.E. van der Hoeven
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2022:11393, Rechtbank Den Haag, 01-11-2022, NL22.17117
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2022:3374, Rechtbank Gelderland, 05-07-2022, C/05/404324 / KG ZA 22-162
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Aanbestedingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2022:737, Rechtbank Den Haag, 02-02-2022, AWB 21/5691
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2021:8682, Rechtbank Den Haag, 09-08-2021, NL21.12163
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 november 2017
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Burgerlijk ProcesrechtZaaknummer
537066 / HA RK 17-935
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2017:10326