ECLI:NL:RBROT:2019:5301, Rechtbank Rotterdam, 03-07-2019, C/10/546063 / HA ZA 18-235 — RBROT:2019:5301
Samenvatting
Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Internationaal wegvervoer. Vordering tegen één Nederlandse gedaagde met woonplaats binnen het rechtsgebied van de aangezochte rechter en vorderingen tegen een aantal buitenlandse gedaagden. CMR dwingendrechtelijk toepasselijk. Aan de bevoegdheidsregeling van artikel 31 CMR kan de rechtbank alleen wat betreft de vordering tegen de Nederlandse gedaagde rechtsmacht ontlenen. Partijen werpen de vraag op of de rechtbank wat betreft de vorderingen tegen de buitenlandse gedaagden bevoegdheid kan ontlenen aan artikel 8 onder 1 Brussel Ibis-Vo en artikel 6 onder 1 EVEX II (bevoegdheid in geval van pluraliteit van verweerders waarvan één woonplaats heeft in het land van de aangezochte rechter). Die samenloop-vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2023:4209, Rechtbank Overijssel, 25-10-2023, C/08/302226 / KG ZA 23-190
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2022:391, Gerechtshof Den Haag, 02-03-2022, 200.293.974/01 en 200.293.974/02
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2022:294, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-01-2022, 200.276.463
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2021:11222, Rechtbank Rotterdam, 10-11-2021, C/10/594728 / HA ZA 20-368
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
3 juli 2019
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/546063 / HA ZA 18-235
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2019:5301