ECLI:NL:RBROT:2022:11312, Rechtbank Rotterdam, 28-12-2022, ROT 22/1673 — RBROT:2022:11312
Samenvatting
PostNL is verlener van de universele postdienst. Dit betekent dat zij ervoor moet zorgen dat de aangeboden binnenlandse brieven per kalenderjaar in ten minste gemiddeld 95% van de gevallen de eerstvolgende dag worden bezorgd, niet zijnde een zondag of maandag of officiële feestdag (vijfdaagse overkomstduur). Deze universele postdienst bij de vijfdaagse bezorgplicht met 24-uursservice staat bekend als de Standaard overnight service. Op basis van de eigen opgave van PostNL heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) vastgesteld dat PostNL dit bezorgingsniveau in 2019 niet heeft gehaald. Het door PostNL berekende percentage op basis van de Europese gestandaardiseerde onderzoeksmethode is 94,3%. De ACM heeft PostNL vanwege het niet halen van de wettelijke maatstaf van 95% een bestuurlijke boete opgelegd van 2 miljoen euro. PostNL is het niet eens met de boeteoplegging. Zij meent dat zij vanwege een fusieproces met Sandd in oktober 2019 buiten haar schuld niet aan de norm van 95% kon voldoen. Volgens de rechtbank is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond of overmacht. Ook indien er begrip voor kan worden opgebracht dat PostNL er uiteindelijk voor heeft gekozen om een inhaalslag te maken met betrekking tot de achterstallige brievenpost van Sandd, heeft te gelden dat PostNL zichzelf in de situatie heeft gebracht waarin zij de keuze moest maken tussen het nakomen van haar verplichtingen als universele postdienstverlener en het veiligstellen van de levering van zakelijke post. De overname van Sandd is een commerciële keuze van PostNL geweest. PostNL heeft bovendien niet alleen de extra Sandd-volumes overgenomen, maar ook extra volumes partijenpost van klanten en van een concurrentpostvervoerder, allemaal niet vallend onder de Standaard overnight service. Er is ook geen sprake van overmacht, want de ontstane situatie was voorzienbaar. De rechtbank vindt het verder redelijk dat de ACM de betrokken omzet relateert aan het waardeverlies van de postzegel (door dit te bepalen op het verschil tussen de postzegelprijs en een tarief voor bezorging na 48 uur). De rechtbank laat de boete van 2 miljoen euro in stand.
Betrokken advocaten
mr. W.T. Algera
eiser
mr. C.E. Schillermans
eiser
mr. M.W.A. Bouthoorn
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:660, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-12-2025, 23/438
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:629, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-12-2025, 23/1910
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:6874, Rechtbank Den Haag, 25-04-2025, C/09/681480 / KG ZA 25-200
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:CBB:2024:759, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24-10-2024, 23/1717
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 december 2022
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursstrafrechtZaaknummer
ROT 22/1673
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:11312