ECLI:NL:RBROT:2022:5599, Rechtbank Rotterdam, 06-07-2022, C/10/631388 / HA ZA 22-4 — RBROT:2022:5599
Samenvatting
Vordering van het Havenbedrijf tot betaling van achterstallige binnenhavengelden toegewezen. Beroep op verrekening met schade die zou zijn geleden vanwege ongerechtvaardigde verrijking van het Havenbedrijf door jarenlang binnenhavengelden te innen zonder rekening te houden met omstandigheden van duwbakken, slaagt niet. Verrijking niet onrechtmatig, want vindt haar grondslag in een rechtshandeling, hier de toepasselijke algemene voorwaarden van het Havenbedrijf. Ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om aan de tarieven voor het havengeld te zijn gehouden, omdat de algemene voorwaarden om de drie jaar rechtsgeldig tot stand komen na onderhandelingen met o.a. KBN en Deltalinqs en het Havenbedrijf een klankbordgroep heeft opgericht om te kijken naar mogelijkheden om te vernieuwen, maar Van de Graaf & Meeusen daaraan niet heeft deelgenomen.
Betrokken advocaten
mr. R.A. Klaassen te Rotterdam
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2025:9505, Rechtbank Limburg, 02-10-2025, C/03/345176 / KG ZA 25-347
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2025:2559, Rechtbank Gelderland, 02-04-2025, 447999
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:CBB:2023:591, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17-10-2023, 21/902, 21/1057 en 21/1058
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHARL:2022:5672, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-07-2022, 200.290.640
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
6 juli 2022
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/631388 / HA ZA 22-4
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:5599