ECLI:NL:RBROT:2022:940, Rechtbank Rotterdam, 09-02-2022, C/10/617234 / HA ZA 21-370 — RBROT:2022:940
Samenvatting
Partijen hebben voor het uitbreken van de corona-pandemie een overeenkomst gesloten met betrekking tot het organiseren van een personeelsfeest voor 250 personen op 3 juli 2020, te houden op een binnenlocatie met buitenterrein. Gedaagde (opdrachtgever) laat op 29 april 2020 weten dat het feest niet door zal kunnen gaan en ontbindt de overeenkomst op 9 mei 2020. Annuleringsvergoeding (primaire vordering) op grond van algemene voorwaarden wordt afgewezen, omdat deze geen deel uitmaken van de overeenkomst. Vordering tot schadevergoeding wegens tekortschieten van de opdrachtgever (subsidiaire vordering) wordt eveneens afgewezen. Dat er op 29 april 2020 en 9 mei 2020 nog geen overheidsmaatregelen waren afgekondigd die zich uitstrekten over de periode tot en met 3 juli 2020 - en er op die specifieke data nog geen officiële afkondiging en absolute zekerheid was of het evenement op 3 juli 2020 doorgang kon vinden of niet - maakt discussie mogelijk over de vraag of er op die data sprake was van ‘tijdelijke of blijvende onmogelijkheid tot nakoming’, maar laat onverlet dat voldoende duidelijk was dat het evenement, in de vorm zoals overeengekomen, niet plaats zou kunnen vinden op 3 juli 2020. Het was destijds de beginfase van de coronacrisis, waarin de besmettingen wereldwijd een hoge vlucht namen, vaccins buiten bereik waren (en ook niet op korte termijn verwacht konden worden) en waarin afstand houden en mondkapjes dragen veruit de belangrijkste maatregelen waren om de verspreiding van het virus in te dammen. Thuiswerken was het uitgangspunt, significante versoepelingen van eerdere maatregelen waren nog niet gebeurd. Wie toen serieus ervan uitging dat er op 3 juli 2020 een binnenevenement zou kunnen plaatsvinden in de vorm die partijen voor ogen stond, had weinig realiteitszin. Nog los van het feit dat er op 29 april 2020 al een behoorlijke indicatie was dat het bedrijfsfeest niet kon doorgaan in de beoogde vorm en Green DNA eiseres mogelijk vanwege dreigende overheidsmaatregelen niet kon presteren, staat bovendien vast dat er één persconferentie later wél kon worden ontbonden. Mede in aanmerking genomen dat er inmiddels verschillende persconferenties waren geweest, waarbij steeds ten aanzien van besloten evenementen vergaande beperkingen waren opgelegd - waarbij aanvankelijk besloten evenementen waren beperkt tot 100 personen en daarna zelfs geheel waren verboden -, mocht gedaagde ervan uitgaan dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zou zijn. In dat geval treden de gevolgen van niet-nakoming reeds vóór opeisbaarheid in (artikel 6:80 BW) en daarom mocht gedaagde de overeenkomst bij die stand van zaken ontbinden. Van een ongerechtvaardigde ontbinding die tot schadeplichtigheid leidt, is dan ook geen sprake.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:13696, Rechtbank Rotterdam, 19-11-2025, C/10/695701 / HA ZA 25-225
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:6584, Rechtbank Rotterdam, 28-05-2025, C/10/678072 / HA ZA 24-356
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:5215, Rechtbank Gelderland, 20-09-2023, 412090
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2023:2936, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-09-2023, 200.313.643_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 februari 2022
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/617234 / HA ZA 21-370
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:940