Juristi.nl
ECLI:NL:RBROT:2023:6933Strafrecht

ECLI:NL:RBROT:2023:6933, Rechtbank Rotterdam, 03-08-2023, 71/283795-22 — RBROT:2023:6933

Samenvatting

Vrijspraak terzake deelname aan een terroristische organisatie. De activiteiten en het gedrag van de verdachte kunnen naar het oordeel van de rechtbank als burgerschap van IS worden opgevat, maar dat levert op zichzelf geen deelneming aan IS in de zin van artikel 140a van het Wetboek van Strafrecht op. De rol van de verdachte kan niet worden vastgesteld. Er zijn geen stukken die getuigen van een objectiveerbare overtuiging van de verdachte omtrent het gedachtengoed van IS en evenmin is gebleken dat zij activiteiten heeft verricht die rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de terroristische organisatie IS. Daardoor kan niet worden bewezen dat zij heeft deelgenomen aan deze organisatie. Veroordeling van verdachte terzake voorbereidings-/bevorderingshandelingen terroristische misdrijven tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een deel (8 maanden) voorwaardelijk, proeftijd 3 jaar en algemene en bijzondere voorwaarden. De verdachte is, ondanks waarschuwingen, met haar echtgenoot uitgereisd naar Syrië, wetende dat daar een burgeroorlog gaande was. De verdachte was op de hoogte van het feit dat haar echtgenoot lid van IS is (geweest). Door zich te begeven in het strijdgebied en daar een gezamenlijke huishouden te voeren met haar echtgenoot, heeft zij hem de gelegenheid gegeven deel te nemen aan de verwezenlijking van het oogmerk van IS: het plegen van terroristische misdrijven. Zij heeft haar partner daarin gefaciliteerd. Ook heeft zij in het Kalifaat een ondersteunende rol voor genoemde terroristische organisatie gehad door zowel voor hun kinderen als voor het huishouden te zorgen. Hiermee is ook het oogmerk van de verdachte gegeven. Ten aanzien van de strafmaat wordt in strafverlagende zin meegewogen dat zij niet uit ideologische motieven naar Syrië is afgereisd om zelf actief deel te nemen aan de verwezenlijking van IS. Ook wordt rekening gehouden met het feit dat zij na haar vlucht uit het strijdgebied gevangen is genomen en vervolgens, samen met haar kinderen, langdurig in het kamp Al Roj heeft verbleven.

Betrokken advocaten

mr. H.J.D. de Boer

verdachte

HJD de Boer, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

3 augustus 2023

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

71/283795-22

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBROT:2023:6933

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBROT:2026:3080
Rechtbank Rotterdam·26 mrt 2026
Strafrecht
RBROT:2026:3082
Rechtbank Rotterdam·26 mrt 2026
Strafrecht
RBROT:2026:3083
Rechtbank Rotterdam·26 mrt 2026
Strafrecht
RBROT:2026:3084
Rechtbank Rotterdam·26 mrt 2026
Strafrecht
RBROT:2026:3618
Rechtbank Rotterdam·26 mrt 2026
Strafrecht