ECLI:NL:RBROT:2023:9284, Rechtbank Rotterdam, 02-10-2023, C/10/660908 / KG RK 23-707 — RBROT:2023:9284
Samenvatting
Verzoek ex artikel 3:251 lid 1 BW. Verzoeker stelt een pandrecht te hebben op een partij ethanol die in de Rotterdamse haven is opgeslagen. De voorzieningenrechter wordt verzocht te bepalen dat de partij ethanol op de voet van artikel 3:251 lid 1 BW zal verblijven aan verzoeker als koper voor een bepaald bedrag. Partijen twisten over de vraag of verzoeker rechtsgeldig een vuistrecht heeft gevestigd op de partij ethanol. Geoordeeld wordt dat er sprake is van een rechtsgeldig tot stand gekomen pandrecht. Verzoeker is in beginsel bevoegd om tot parate executie over te gaan o.b.v. het pandrecht. Vervolgvraag is of het aanknopen bij de door verzoeker voorgestelde prijs de meest gerede prijsberekening is en of deze wijze van verkoop (naar verwachting) een hogere opbrengst genereert dan een openbare verkoop. Verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld om dit punt nader te onderbouwen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:6155, Rechtbank Rotterdam, 21-05-2025, C/10/682182 / HA ZA 24-590
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:4510, Rechtbank Rotterdam, 06-05-2024, C/10/670251 / HA RK 23-1234
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2024:1799, Rechtbank Gelderland, 26-03-2024, 432293
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:8115, Rechtbank Rotterdam, 11-08-2023, C/10/661248 / KG ZA 23-591
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
2 oktober 2023
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/10/660908 / KG RK 23-707
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:9284