Juristi.nl
ECLI:NL:RBROT:2024:13198Strafrecht

ECLI:NL:RBROT:2024:13198, Rechtbank Rotterdam, 16-12-2024, 71-212884-22 — RBROT:2024:13198

Samenvatting

Bezwaar ex art. 6:6:8 Sv tegen de beslissing OM tot het niet verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling ongegrond. Tijdigheid beslissing OM: op grond van artikel 6:2:13, eerste lid, Sv dient het OM uiterlijk vier weken voor het in artikel 6:2:10, eerste of vierde lid, Sv bedoelde tijdstip waarop de veroordeelde voor het eerst in aanmerking kan komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling, de veroordeelde in kennis te stellen van zijn beslissing over het al dan niet verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling of de beslissing tot uitstel van de beslissing daarover. De rechtbank is van oordeel dat deze termijn ook geldt voor de beslissing van het OM over het verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling na het eerdere uitstel daarvan. Deze beslissing van het OM is niet binnen deze termijn en dus niet tijdig genomen. De rechtbank ziet in deze zaak, gelet op de concrete omstandigheden in deze zaak, geen aanleiding om daaraan een rechtsgevolg te verbinden. Inhoudelijke beoordeling: marginale toets ‘ex tunc’. De rechtbank is van oordeel dat het OM bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen.

Betrokken advocaten

mr. J. van Wijk

De Rooij Van Wijk Advocaten, EINDHOVEN

mr. G. Sannes

openbaar ministerie

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

16 december 2024

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

71-212884-22

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBROT:2024:13198

Bekijk op rechtspraak.nl