ECLI:NL:RBROT:2025:10635, Rechtbank Rotterdam, 05-09-2025, 25/6266 — RBROT:2025:10635
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster verblijft in een zelfstandige woonunit op een opvanglocatie voor ontheemde Oekraïners. Eind 2024 zijn er spanningen ontstaan tussen verzoekster en haar ex-partner, die een paar deuren verderop verbleef, wat vervolgens is geëscaleerd. Het personeel van de opvanglocatie heeft beiden een aanwijzing gegeven om te verplaatsen naar een andere opvangplek. De man heeft hier gehoor aan gegeven en verzoekster niet. Zij wil op haar huidige opvangplek blijven. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende spoedeisend belang heeft bij het door haar ingediende verzoek om een voorlopige voorziening. Zij blijft immers ook na verplaatsing opvang behouden. Daarnaast is er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat er nog steeds sprake is van een gespannen situatie en dat zij er belang bij heeft om verzoekster te verplaatsen naar een andere opvangplek. Het verzoek wordt afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2026:803, Rechtbank Gelderland, 03-02-2026, AWB 26/120
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:876, Rechtbank Rotterdam, 02-02-2026, ROT 26/920
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:626, Rechtbank Rotterdam, 26-01-2026, ROT 26/411
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:634, Rechtbank Rotterdam, 22-01-2026, ROT 25/10235
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 september 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
25/6266
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:10635