ECLI:NL:RBROT:2025:11625, Rechtbank Rotterdam, 01-10-2025, C/10/693238 / HA ZA 25-102 — RBROT:2025:11625
Samenvatting
Partijen zijn ex-echtgenoten. De vrouw vordert een verklaring voor recht dat de man onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en vordert een geldbedrag van de man omdat hij dat bedrag zonder haar toestemming en medeweten van haar naar zijn bankrekening zou hebben overgemaakt. Volgens de man heeft de vrouw dit zelf overgemaakt en was er sprake van een schenking. De rechtbank overweegt dat de bewijslast bij de vrouw ligt ogv artikel 150 Rv. en wijst de vorderingen af omdat zij niet geslaagd is in het bewijs. De vrouw heeft onvoldoende gesteld om van de bewijslastverdeling af te wijken zoals bepaald is in artikel 7:176 BW (vernietigbaarheid van een schenking door misbruik van omstandigheden).
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:25772, Rechtbank Den Haag, 03-12-2025, C/09/670614 / FA RK 24-5654
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7848, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 01-10-2025, C/02/425054 / FA RK 24-3490
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:5711, Rechtbank Rotterdam, 23-04-2025, C/10/679504 / FA RK 24-3882
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2024:8936, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2024, C/02/425045 / FA RK 24-3490
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 oktober 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/10/693238 / HA ZA 25-102
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:11625