ECLI:NL:RBROT:2025:12509, Rechtbank Rotterdam, 25-08-2025, 10/122124-22 — RBROT:2025:12509
Samenvatting
Aan de rechtbank ligt ter beoordeling voor of de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte)witwassen van girale gelden van in totaal € 820.000,00, waarbij de rechtbank opmerkt dat de officier van justitie ter zitting heeft gerequireerd tot een bewezenverklaring van een bedrag van € 742.697,00. Daarnaast ligt ter beoordeling voor of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte)witwassen van girale gelden van in totaal € 195.670,00. De verdachte heeft met zijn verklaring en overgelegde stukken onvoldoende tegenwicht geboden aan het gerechtvaardigd vermoeden van een criminele herkomst van de van [medeverdachte 1] ontvangen bedragen en de aan [medeverdachte 2] overgemaakte geldbedragen in de ten laste gelegde periode. Het vermoeden van witwassen is ook na aanvullend onderzoek daarnaar niet ontzenuwd. Daarom is geen andere conclusie mogelijk dan dat de overgemaakte geldbedragen middellijk of onmiddellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf en dat de verdachte dit wist. Bij beide tenlastegelegde feiten komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het gewoontewitwassen, gelet op het structurele karakter van het handelen van de verdachte over een langere periode, de frequentie van het witwassen en de omvang van de witgewassen geldbedragen. Ten aanzien van feit 1 blijkt uit de bewijsmiddelen verder dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1], zodat sprake is van medeplegen. Ten aanzien van feit 2 komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 2].
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:14771, Rechtbank Rotterdam, 01-12-2025, 22-004037-16
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11244, Rechtbank Limburg, 12-11-2025, 03/380003-24
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:21159, Rechtbank Den Haag, 15-11-2023, C/09/655768 / KG ZA 23-921
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2023:7213, Rechtbank Den Haag, 10-05-2023, C/09/646976 KG ZA 23-356
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 augustus 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
10/122124-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:12509