ECLI:NL:RBROT:2025:12511, Rechtbank Rotterdam, 25-08-2025, 10/217443-22 — RBROT:2025:12511
Samenvatting
Aan de rechtbank ligt ter beoordeling voor of de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte)witwassen van girale gelden van in totaal € 195.670,00. De verdachte heeft met zijn verklaring en overgelegde stukken onvoldoende tegenwicht geboden aan het gerechtvaardigd vermoeden van een criminele herkomst van de van [medeverdachte] ontvangen bedragen. Het vermoeden van witwassen is ook na aanvullend onderzoek daarnaar niet ontzenuwd. Daarom is geen andere conclusie mogelijk dan dat de overgemaakte geldbedragen middellijk of onmiddellijk afkomstig zijn uit (enig) misdrijf en dat de verdachte dit wist. Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte].
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:13804, Rechtbank Rotterdam, 28-11-2025, 71/142660-24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:2521, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-04-2025, 02-820293-13
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:3724, Rechtbank Rotterdam, 05-03-2025, 10-016316-24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:1757, Rechtbank Rotterdam, 12-02-2025, 71/066020-21
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 augustus 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
10/217443-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:12511