ECLI:NL:RBROT:2025:13124, Rechtbank Rotterdam, 17-09-2025, C/10/687976 / FA RK 24-7835 — RBROT:2025:13124
Samenvatting
Door oma is eenzijdig een verzoek ingediend tot het (samen met moeder) verkrijgen van gezag over de minderjarigen, terwijl een dergelijk verzoek op grond van artikel 1:253t lid 1 van het Burgerlijk Wetboek gezamenlijk met de met het gezag belaste ouder, in dit geval moeder, dient te geschieden. Hoewel oma heeft gesteld dat moeder achter het door haar ingediende verzoek staat, is moeder niet in de procedure verschenen en heeft de rechtbank op geen enkele wijze haar standpunt kunnen vaststellen. De rechtbank beschouwt het verzoek van oma daarom niet als een gezamenlijk verzoek in de zin van artikel 1:253t lid 1 Burgerlijk Wetboek. De rechtbank heeft oma daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:8521, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-12-2025, 200.356.566
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:14925, Rechtbank Rotterdam, 08-12-2025, C/10/709471 / JE RK 25-2256
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14448, Rechtbank Rotterdam, 06-10-2025, C/10/707262 / JE RK 25-1971
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5800, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-09-2025, 200.355.636/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 september 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/10/687976 / FA RK 24-7835
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:13124