ECLI:NL:RBROT:2025:13999, Rechtbank Rotterdam, 02-12-2025, C/10/710818 / HA RK 25-1164 — RBROT:2025:13999
Samenvatting
Wrakingskamer. Verzoekster is kennelijk niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. De wrakingskamer constateert dat verzoekster als gronden geen enkele uitlating, gedraging en/of beslissing van de rechter heeft genoemd. Verzoekster heeft ook niet gesteld, laat staan uitgelegd, waarom zij vindt dat de rechter tegenover haar vooringenomen is of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvoor heeft gewekt. De wet schrijft echter voor dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten en omstandigheden die aanleiding gaven tot het wrakingsverzoek bekend zijn geworden en dat deze tegelijk moeten worden vermeld. Het wrakingsverzoek voldoet niet aan deze voorschriften. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. De wrakingskamer bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaken niet in behandeling wordt genomen, omdat verzoekster het middel van wraking gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld.
Betrokken advocaten
mr. M.C. Snel-van den Hout
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:15376, Rechtbank Rotterdam, 18-12-2025, FT RK 24-882
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14473, Rechtbank Rotterdam, 03-12-2025, FT EA 23-863
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14313, Rechtbank Rotterdam, 26-11-2025, FT RK 25/1198
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:2414, Gerechtshof Den Haag, 04-11-2025, 200.359.315/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Insolventierecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 december 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/710818 / HA RK 25-1164
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:13999