ECLI:NL:RBROT:2025:283, Rechtbank Rotterdam, 08-01-2025, ROT 23/7777 e.v. — RBROT:2025:283
Samenvatting
De rechtbank Rotterdam heeft de beroepen van drie eiproductfabrikanten tegen de boetes die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) aan hen heeft opgelegd, grotendeels ongegrond verklaard. De beboete fabrikanten kopen kooi- en scharreleieren in bij pluimveehouders en verwerken die eieren tot zogenoemde eiproducten zoals vloeibaar heelei, eigeel, eiwit en eipoeder. De ACM heeft de boetes opgelegd omdat volgens de ACM één van de eiproductfabrikanten met beide andere eiproductfabrikanten hun inkoopprijzen hebben afgestemd, hebben afgesproken om pluimveehouders waarvan zij afnamen niet van elkaar over te nemen en ook andere concurrentiegevoelige informatie hebben uitgewisseld. Daarmee hebben de drie fabrikanten volgens de ACM in strijd met het kartelverbod gehandeld. De rechtbank is, gelet op het Whatsapp-verkeer tussen de fabrikanten, van oordeel dat de ACM zich terecht op het standpunt stelt dat de fabrikanten het kartelverbod hebben overtreden. De afstemming tussen de fabrikanten was er duidelijk op gericht om de onderlinge concurrentie te beperken om zo meer te kunnen verdienen. Bovendien kon die afstemming de concurrentie op de inkoopmarkt ook beperken omdat de fabrikanten een voldoende grote positie op de inkoopmarkt hadden en de pluimveehouders een zwakke positie op die markt hadden. De ACM hoefde daarom geen onderzoek te doen naar de precieze effecten van de afstemming. De rechtbank heeft de boetes voor de ene fabrikant die met beide andere fabrikanten afstemde met 25% verlaagd, omdat deze fabrikant door het totaal van beide boetes onevenredig hard in het vermogen zou worden geraakt. Ook matigt de rechtbank alle boetes met € 5.000 omdat de procedure te lang heeft geduurd. De rechtbank stelt de boetes vast op € 995.000, € 7.655.000 en € 15.736.500.
Betrokken advocaten
Geradin Partners, AMSTERDAM
Geradin Partners, AMSTERDAM
BarentsKrans Co�peratief U.A., 'S-GRAVENHAGE
BarentsKrans Co�peratief U.A., 'S-GRAVENHAGE
Coupry, 'S-GRAVENHAGE
mr. J.M. Meindertsma
mr. R.W. Geertsema
mr. J.J. Reuveny
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:17, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-01-2025, 20/80
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2022:217, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-05-2022, 20/837
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2018:2084, Rechtbank Den Haag, 23-02-2018, C-09-544905-KG ZA 17-1605
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2016:6083, Rechtbank Oost-Brabant, 02-11-2016, C/01/301709 / HA ZA 15-827
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
8 januari 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursstrafrechtZaaknummer
ROT 23/7777 e.v.
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:283