Juristi.nl
ECLI:NL:RBROT:2025:3808Strafrecht

ECLI:NL:RBROT:2025:3808, Rechtbank Rotterdam, 14-02-2025, 24-018780 & 24-018781 (UTL-I-2022037442) — RBROT:2025:3808

Samenvatting

Niet-ontvankelijkverklaring verzoeker in verzoeken tot vergoeding van schade als gevolg van de uitleveringsdetentie en kosten voor rechtsbijstand in de uitleveringszaak en verzoekschriftprocedure (artt. 59 lid 1 UW jo. 533 Sv en artt 59 lid 2 UW jo 530 Sv), omdat geen sprake is van een situatie waarin de wetgever de mogelijkheid van vergoeding van deze schade/kosten op grond van de UW in verbinding met Sv heeft willen openstellen. De uitlevering van verzoeker is door de rechtbank toelaatbaar verklaard. De Hoge Raad heeft deze uitspraak vernietigd en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek, vanwege het feit dat lopende het cassatieberoep het uitleveringsverzoek is ingetrokken. Van een ontoelaatbaarverklaring is daarmee geen sprake, terwijl voor een geval als dit, waarin het uitleveringsverzoek is ingetrokken, ook geen grond bestaat voor het toekennen van een vergoeding.

Betrokken advocaten

mr. R. Malewicz

verzoeker

Cleerdin & Hamer, AMSTERDAM

mr. C. Goedegebuure

verzoeker

mr. C.L.E. McGivern

verzoeker

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

14 februari 2025

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

24-018780 & 24-018781 (UTL-I-2022037442)

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBROT:2025:3808

Bekijk op rechtspraak.nl