ECLI:NL:RBROT:2025:4045, Rechtbank Rotterdam, 31-03-2025, C/10/693695 / HA RK 25-104 — RBROT:2025:4045
Samenvatting
Wrakingskamer. Het wrakingsverzoek wordt deels niet-ontvankelijk verklaard, omdat het wrakingsverzoek van verzoeker dateert van bijna twee maanden ná de mondelinge behandeling in de hoofdzaak van 12 december 2024 en daarmee zijn de wrakingsgronden die betrekking hebben op die mondelinge behandeling te laat aangevoerd. Het wrakingsverzoek wordt voor het overige afgewezen, omdat geen sprake is van een zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat de door verzoeker geuite vrees dat de meervoudige kamer tegenover hem een vooringenomenheid koestert – objectief – gerechtvaardigd is.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:3468, Rechtbank Rotterdam, 05-03-2026, C/10/715912 HA RK 26-188
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2026:2898, Rechtbank Rotterdam, 02-03-2026, C/10/707985 / FA RK 25-7610
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2026:2897, Rechtbank Rotterdam, 02-03-2026, C/10/701068 / FA RK 25-4390
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2026:2497, Rechtbank Rotterdam, 24-02-2026, C/10/714915 HA RK 26-125
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/693695 / HA RK 25-104
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:4045