ECLI:NL:RBROT:2025:6060, Rechtbank Rotterdam, 25-04-2025, 11617092 VV EXPL 25-173 — RBROT:2025:6060
Samenvatting
Kort geding. Vordering tot ontruiming van de woning wordt afgewezen. Om de eis van verhuurder te kunnen toewijzen, moet voldoende aannemelijk zijn dat in een bodemprocedure tot het oordeel wordt gekomen dat de huurovereenkomst tussen partijen is geëindigd, althans – voor zover deze nog niet is geëindigd – dat deze wegens een ernstige tekortkoming aan de zijde van huurders moet worden ontbonden. De kantonrechter is van oordeel dat dat hier niet het geval is. In deze procedure kan namelijk niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld of huurders vanuit de woning overlast hebben veroorzaakt. Het voorgaande maakt dat nadere bewijslevering noodzakelijk is. Een kortgedingprocedure leent zich daar niet voor. Ook de vordering tot betaling van de huurachterstand wordt afgewezen. Op basis van het rekening courant overzicht dat verhuurder heeft overgelegd, kan niet worden vastgesteld of de door verhuurder gestelde huurachterstand klopt. Daarbij is door verhuurder niet gesteld dat zij bij deze eis een zodanig spoedeisend belang heeft dat zij een bodemprocedure niet kan afwachten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:335, Rechtbank Den Haag, 09-01-2026, C/09/697271 / KG RK 26-14
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:15308, Rechtbank Rotterdam, 09-12-2025, 11901700 VV EXPL 25-582
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24050, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, C/09/678094 / HA ZA 25-18
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23375, Rechtbank Den Haag, 29-10-2025, C/09/678094 / HA ZA 25-18
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 april 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
11617092 VV EXPL 25-173
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:6060