ECLI:NL:RBROT:2025:6435, Rechtbank Rotterdam, 21-05-2025, 10-072242-18 — RBROT:2025:6435
Samenvatting
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging oplichting (zogenaamde vriend-in-nood-fraude) en het voorhanden hebben van gegevens en een technisch hulpmiddel die geschikt zijn voor het plegen van die oplichting. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 120 dagen met aftrek, waarvan 63 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering en een contactverbod.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:6512, Rechtbank Amsterdam, 04-09-2025, 13/251657-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:9870, Rechtbank Den Haag, 04-06-2025, 09/017980-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:4783, Rechtbank Den Haag, 25-03-2025, 09.288971-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:4933, Rechtbank Den Haag, 25-03-2025, 09-379995-24, 09-240562-24 (ttz.gev.), 09-002024-23 (tul), 10-323647-22 (tul) en 96-171503-20 (tul)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 mei 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
10-072242-18
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:6435