ECLI:NL:RBROT:2025:7258, Rechtbank Rotterdam, 11-06-2025, C/10/698972 / KG ZA 25-392 — RBROT:2025:7258
Samenvatting
De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van een kennelijke feitelijke of juridische misslag in het eerdere vonnis van 18 april 2025, zodat de executie daarvan doorgang kan vinden. Bij de afweging van de belangen weegt het belang van [gedaagde] – die kampt met financiële problemen en dringend behoefte heeft aan de verkoopopbrengst van de woning – zwaarder dan het belang van [eiser] bij behoud van de huidige woonsituatie. De vorderingen van [eiser] worden daarom afgewezen en, ondanks het familieverband tussen partijen, wordt hij gelet op de omstandigheden veroordeeld in de proceskosten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:594, Gerechtshof Amsterdam, 10-03-2026, 200.360.457/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2026:2341, Rechtbank Rotterdam, 04-03-2026, C/10/687850 / HA ZA 24-901
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2026:584, Gerechtshof Amsterdam, 03-03-2026, 200.341.957
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2026:1998, Rechtbank Rotterdam, 27-02-2026, C/10/715383 / HA RK 26-153
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
11 juni 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/10/698972 / KG ZA 25-392
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:7258